Wall Street sluit het beste eerste halfjaar in jaren af — en de zwakke arbeidsmarkt voedt de rally
De Amerikaanse beurzen gingen de vrije dag rond Onafhankelijkheidsdag in op recordniveau. De Dow Jones sloot op 2 juli, de laatste handelsdag vóór het lange weekend, opnieuw op een all-time high, na een eerste halfjaar waarin vrijwel alle grote indices stevig stegen. Wat opvalt is niet alleen de omvang van de winst, maar de bron ervan: het zwakke banenrapport van die ochtend werd door beleggers niet als slecht nieuws gelezen, maar als een reden waarom de rente niet verder omhoog hoeft. Het is een markt die op afkoelende economische data juist hoger wil.
De cijfers van het halfjaar
Over de eerste zes maanden van 2026 klom de Dow Jones met 8,9% — de sterkste jaarstart sinds 2021 — terwijl de brede S&P 500 9,6% won en de technologiezware Nasdaq 12,8%. De opvallendste prestatie kwam echter van de kleinere bedrijven: de Russell 2000, de index van Amerikaanse small-caps, steeg bijna 22% en boekte daarmee het beste eerste halfjaar sinds 1991.
Op de dag zelf was het beeld gemengd: de S&P 500 (+0,49%), de Dow (+0,46%) en de Nasdaq (+0,40%) stegen, maar de Russell 2000 zakte licht (−0,39%). Die kleine divergentie is veelzeggender dan ze lijkt.
Waarom de verbreding telt
De echte verschuiving van dit halfjaar is dat de winst niet langer alleen uit een handvol mega-cap techreuzen komt. Dat small-caps de grote indices ver achter zich laten, wijst op een verbreding van de rally: beleggers durven weer buiten de vertrouwde 'Magnificent 7' te stappen. Dat is doorgaans een gezond teken, want een markt die op steeds meer schouders rust is minder kwetsbaar dan een die volledig leunt op een paar namen. Kleinere bedrijven zijn bovendien gevoeliger voor de rente — ze lenen relatief meer en tegen kortere looptijden — waardoor juist zij het meest profiteren zodra het vooruitzicht op renteverlagingen groeit. De lichte terugval van de Russell op die dag laat tegelijk zien hoe wispelturig dat vertrouwen nog is.
De rente is de spil
Onder alles ligt het rentevraagstuk. De Federal Reserve onder voorzitter Kevin Warsh hield eerder de mogelijkheid van een renteverhoging nadrukkelijk open om de inflatie te bestrijden. Het tegenvallende banenrapport van 2 juli — 57.000 nieuwe banen tegen een verwachte 115.000 — verschuift die discussie. Een afkoelende arbeidsmarkt haalt de druk van de ketel om te verkrappen en brengt de werkgelegenheidsdoelstelling van de Fed weer nadrukkelijker in beeld. Voor de markt betekent dat: de kans op nóg hogere rentes daalt, en dat is precies de brandstof onder de recente records. De keerzijde die beleggers voorlopig negeren, is dat een verzwakkende arbeidsmarkt op termijn ook de bedrijfswinsten kan raken.
Wat dit voor de tweede helft betekent
De markt gaat de tweede jaarhelft in met stevige koerswinsten en een optimistisch scenario ingeprijsd: afkoelende inflatie, een Fed die niet verder verkrapt, en een economie die vertraagt zonder in een recessie te belanden — het zogeheten 'zachte landing'. Zolang de data dat verhaal blijven ondersteunen, blijft de weg van de minste weerstand omhoog. Maar de spanning is duidelijk: dezelfde zwakke cijfers die vandaag als goed nieuws gelden, zouden bij verdere verslechtering ineens als waarschuwing gelezen kunnen worden. De koersrecords van begin juli zijn dus geen eindpunt, maar een weddenschap op een fijn uitgebalanceerd evenwicht.
Volg de Amerikaanse markt op de voet en vergelijk aandelen op koers, groei en waardering op KoersRadar.
Naar de aandelenvergelijkerDe informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.