CPI zakt naar 3,5%, maar de Fed prijst toch een renteverhoging in september in
Dinsdag kwam het langverwachte CPI-cijfer over juni binnen: de inflatie daalde naar 3,5% op jaarbasis, met de eerste maandelijkse prijsdaling in zes jaar. Normaal is dat het soort cijfer waarop de markt een renteverlaging inprijst. Deze keer gebeurde het tegenovergestelde: de kans op een renteverhoging in juli zakte weliswaar hard, maar de markt houdt voor september onverminderd rekening met een verhoging. Die schijnbare tegenstelling — dalende inflatie, stijgende renteverwachting — is precies waar deze week om draait.
- CPI juni: -0,4% maand-op-maand (eerste daling in 6 jaar), +3,5% jaar-op-jaar — ruim onder de verwachte 3,8%.
- Kans op een Fed-renteverhoging in juli zakte van 42% naar circa 17-20%; voor september blijft de markt op ~60% kans op een verhoging staan.
- De 2-jaars Treasury-rente daalde 14 basispunten naar 4,14% — de grootste daling op één dag sinds februari.
- Op 24 juli loopt het blanket-importtarief van 10% (Section 122) af — een mogelijke opvolger via Section 301 houdt het inflatierisico voor het najaar levend.
Waarom koelt de inflatie af terwijl de renteverwachting juist oploopt?
Het antwoord zit in het woordje "toch". De juni-cijfers zijn feitelijk zacht: de kerninflatie (zonder voedsel en energie) bleef maand-op-maand vlak en staat op 2,6% jaar-op-jaar — dichter bij de Fed-doelstelling van 2% dan de markt had durven hopen. Maar de New York Fed publiceerde eerder deze maand een analyse die waarschuwt dat de prijsstijgingen door importtarieven nog niet zijn uitgewerkt: 47% van de dienstverleners en 44% van de fabrikanten die zelf tarieven betalen, zeggen nog verdere prijsverhogingen te plannen. Met andere woorden, de juni-cijfers meten grotendeels de periode vóórdat die doorberekening volledig heeft plaatsgevonden. Dat is de kern van de spanning: de achteruitkijkspiegel toont afkoeling, maar de vooruitblik toont tarievendruk die nog moet landen.
Wat betekent de tarievendeadline van 24 juli voor de Fed?
Hier komt de politiek nadrukkelijk om de hoek kijken. Het blanket-importtarief van 10% dat sinds februari via Section 122 van de Trade Act op vrijwel alle Amerikaanse invoer drukt, kent een wettelijke limiet van 150 dagen en loopt op 24 juli automatisch af — negen dagen na dit CPI-cijfer. De regering bereidt naar verluidt gerichte Section 301-tarieven voor, rond 12,5% op invoer uit tientallen landen, als vervanging. Voor de Fed is dat een ongemakkelijke timing: een renteverhoging in september zou moeten oordelen over een inflatiebeeld dat er dan heel anders uit kan zien dan vandaag, afhankelijk van hoe die tarievenvervanging uitpakt. Dat verklaart mede waarom de markt de kans op ingrijpen niet naar nul heeft geprijsd, ondanks een op het oog gunstig cijfer.
Wat doen rentegevoelige aandelen als de Fed toch dreigt te verhogen?
D.R. Horton is de grootste huizenbouwer van de VS: het bedrijf koopt grond, laat woningen bouwen en verkoopt die aan particuliere kopers, voornamelijk in de zuidelijke en westelijke staten. KB Home doet in essentie hetzelfde, maar dan kleinschaliger en met meer maatwerk richting de koper. Beide bedrijven zijn direct afhankelijk van de hypotheekrente: hoe hoger die staat, hoe minder Amerikanen zich een nieuwbouwwoning kunnen veroorloven.
Beide aandelen reageerden dinsdag mild positief op het cijfer — D.R. Horton met +0,77% naar $149,99 en KB Home met +1,24% naar $55,49 — een gematigde reactie die past bij een markt die de bui van een mogelijke septemberverhoging nog niet heeft weggenomen. Bij D.R. Horton daalde de omzet afgelopen kwartaal met 5,6% jaar-op-jaar en de winst per aandeel met 19,2%, terwijl de koers-winstverhouding met 13,4x nog altijd een stuk lager ligt dan de brede markt. Bij KB Home ligt dat beeld somberder: omzet -17,5% en winst per aandeel -45,5% jaar-op-jaar, met een winst die de verwachting net miste. Dat beide aandelen ondanks die tegenvallende cijfers licht stegen op renteverwachtingen, onderstreept hoe zwaar de hypotheekrente inmiddels weegt op de sector — zwaarder dan de eigen bedrijfscijfers.
Wat analisten verwachten
D.R. Horton rapporteert zijn volgende kwartaalcijfers op 21 juli, met een consensus van $3,07 winst per aandeel op ruim $9,3 miljard omzet — een duidelijke versnelling ten opzichte van het huidige kwartaal, wat impliceert dat analisten een herstel in de bouwvraag verwachten zodra de rentedruk afneemt. Wall Street blijft verdeeld over het aandeel: 5 strong buy- en 4 buy-adviezen tegenover 16 holds en 1 sell, een balans die eerder afwachtend dan overtuigd oogt zolang de rentekoers van de Fed onzeker blijft.
Voor de Nederlandse belegger
Voor Nederlandse beleggers werkt een hogere-dan-verwachte Fed-rente via twee kanalen door: het houdt de dollar doorgaans steviger, wat het rendement op Amerikaanse posities in euro's kan drukken of juist versterken afhankelijk van de wisselkoersbeweging, en het zet de Amerikaanse 10-jaarsrente als benchmark voor de wereldwijde obligatiemarkt onder opwaartse druk — ook relevant voor de rente die de ECB en de AEX-gevoelige sectoren voelen. Amerikaanse aandelen als D.R. Horton en KB Home zijn via de meeste Nederlandse brokers gewoon verhandelbaar; hou bij de aangifte rekening met box 3 op het aandelenbezit. Meer achtergrond over renteontwikkelingen leest u in ons dossier Rente & macro.
Bekijk de actuele koersen van D.R. Horton en KB Home en volg hoe de rentegevoelige sectoren reageren op het Fed-beleid.
Vergelijk DHI en KBHLiever een seintje bij nieuwe analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →
Onderdeel van ons dossier Rente & macro →
De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.