ECB verhoogt rente naar 2,50%: Lagarde geeft geen garantie dat het de laatste stap was

De ECB verhoogde donderdag 10 september haar depositorente met 25 basispunten naar 2,50%, exact zoals de markt al weken inprijsde. Toch reageerden de Europese beurzen niet opgelucht: de STOXX Europe 600 sloot 0,7% lager, de Duitse DAX 0,8% en de Franse CAC 40 0,5%. De reden zit in wat ECB-president Christine Lagarde tijdens de persconferentie wél en niet zei: geen belofte dat dit de laatste verhoging van de cyclus was, en een expliciete waarschuwing dat de inflatierisico's naar boven wijzen.
In het kort
- ECB verhoogt depositorente, hoofdrefirente en marginale beleningsrente met 25bp naar respectievelijk 2,50%, 2,65% en 2,90%, ingaand op 16 september.
- Nieuwe projecties: inflatie 3,0% (2026), 2,5% (2027), 2,1% (2028) — groei juist opwaarts bijgesteld naar 0,9%, 1,4% en 1,5%.
- Lagarde noemt de vooruitzichten "zeer onzeker", met opwaartse risico's voor inflatie en neerwaartse risico's voor groei.
- STOXX 600 -0,7%, DAX -0,8%, CAC 40 -0,5% — banken bewogen ondanks de renteverhoging nauwelijks mee, techaandelen als SAP, ASML en Adyen verloren 1,0 tot 3,4%.
Waarom daalden de beurzen ondanks een verwachte renteverhoging?
Een renteverhoging die exact overeenkomt met de verwachting hoort in theorie weinig te doen met koersen — die informatie stond al in de prijzen. Wat wél nieuw was, is de toon van Lagarde: vorige week schreven we al dat marktvorsers een pauze na deze stap verwachtten, maar de ECB-president gaf die geruststelling niet. Ze benadrukte dat het conflict in het Midden-Oosten de energieprijzen aanjaagt, dat de totale inflatie tot ver in 2027 boven de doelstelling van 2% blijft, en dat de risico's voor die inflatie naar boven wijzen terwijl de risico's voor de groei juist naar beneden wijzen — een ongemakkelijke combinatie voor een centrale bank die allebei moet afwegen.
Voor beleggers vertaalt zich dat naar een simpele maar vervelende conclusie: de kans dat de ECB in december opnieuw verhoogt, is met deze persconferentie niet kleiner geworden. JPMorgan voorspelde eerder deze maand al, tegen 91% van de ondervraagde economen in een Reuters-peiling in, een derde verhoging naar 2,75% in december. Lagardes weigering om een pauze toe te zeggen, ook al vroegen journalisten daar tijdens de persconferentie expliciet naar, past eerder bij dat afwijkende scenario dan bij de consensus dat de ECB nu klaar is.
Wat betekenen de nieuwe groei- en inflatieprojecties?
Opvallend aan de nieuwe ECB-projecties is dat de groeiraming juist omhoog ging: 0,9% voor 2026 en 1,4% voor 2027, een opwaartse bijstelling ten opzichte van de vorige inschatting, gedreven door een eurozone-economie die volgens de ECB veerkrachtiger blijkt dan gedacht. Dat klinkt goed nieuws, maar werkt averechts voor het rentepad: een economie die harder groeit dan verwacht, kan een extra renteverhoging beter verdragen zonder in een recessie te belanden — wat de ECB juist meer ruimte geeft om vast te houden aan haar inflatiedoelstelling in plaats van de rente te verlagen zodra de groei tegenvalt. De kerninflatie (exclusief energie en voeding) wordt voor 2026 geraamd op 2,5%, nog altijd boven de 2%-doelstelling, en energie blijft door het conflict in het Midden-Oosten de belangrijkste opwaartse factor.
De rentegevoelige sectoren reageerden verdeeld op deze combinatie. Banken als BNP Paribas en Deutsche Bank bewogen nauwelijks (respectievelijk -0,1% en -0,6%), ondanks dat een hogere rente in theorie hun rentemarge verbetert — een teken dat beleggers meer letten op het groeirisico dan op het marge-voordeel. Vastgoedfonds Vonovia, doorgaans het meest gevoelig voor de richting van de rente, kreeg eveneens tegenwind. Techaandelen met een hoge waardering, zoals SAP, ASML en Adyen, verloren tussen 1,0% en 3,4% — die groep reageert het felst zodra het "hogere rente voor langer"-scenario geloofwaardiger wordt, omdat toekomstige winsten dan zwaarder worden verdisconteerd.
De depositorente is het tarief waartegen banken hun overtollige geld bij de ECB stallen en fungeert als belangrijkste stuurmiddel voor de rente in de hele eurozone-economie. De ECB stelt dit tarief vast voor alle twintig eurolanden gezamenlijk.
Voor Nederlandse spaarders en hypotheekhouders werkt deze verhoging met vertraging door: de hypotheekrente reageert doorgaans sneller dan de spaarrente, dus het effect op de portemonnee voelt in eerste instantie ongelijk verdeeld.
Visie en vooruitzichten: de ECB bevindt zich met deze stap in een lastiger parket dan de vorige vergadering. Een energieschok die buiten haar macht ligt, dwingt haar tot voortdurende waakzaamheid op een moment dat de onderliggende groei júist meevalt — precies de combinatie die een extra renteverhoging in december rechtvaardigt als het Midden-Oosten-conflict niet snel de-escaleert. Blijft de olieprijs echter stabiliseren de komende weken, dan kan Lagardes voorzichtige toon achteraf vooral verklaard worden als risicomanagement, en niet als een aankondiging van een nieuwe stap. Voor Europese aandelen is de komende olieprijsontwikkeling daarmee minstens zo belangrijk geworden als de ECB-agenda zelf: bij aanhoudend hoge energieprijzen dreigen rentegevoelige sectoren als vastgoed en dure groeiaandelen verder onder druk te komen, terwijl banken profiteren zodra beleggers het marge-voordeel weer zwaarder laten wegen dan het groeirisico.
Volg de ECB, de eurozone-rente en de Europese beurzen live op KoersRadar.
Naar de Europese marktLiever een seintje bij nieuwe analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →
De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.