Eli Lilly, Johnson & Johnson en Pfizer vergeleken: drie farmareuzen op een kruispunt

Drie Amerikaanse farmareuzen, drie compleet verschillende kwartalen. Eli Lilly zag de omzet met bijna 48% groeien, voortgestuwd door zijn GLP-1-middelen tegen diabetes en obesitas. Johnson & Johnson groeide de omzet eveneens, maar zag de nettowinst nagenoeg stilvallen door de nasleep van zijn decennialange talc-rechtszaken. En Pfizer rapporteerde zelfs een kwartaalverlies, nadat een tegenvallende laatste-fase studie het bedrijf dwong miljarden aan verwachte toekomstige omzet af te schrijven. We zetten Eli Lilly, Johnson & Johnson en Pfizer feitelijk naast elkaar op omzetgroei, marge en de uitdaging die voor elk bedrijf anders ligt.
In het kort
- Eli Lilly groeide de kwartaalomzet 47,7% j-o-j, met een rendement op eigen vermogen (ROE) over het afgelopen jaar van bijna 79% — gedreven door de GLP-1-middelen tirzepatide (Mounjaro/Zepbound).
- Johnson & Johnson groeide de omzet 6,6%, maar de nettowinst bleef nagenoeg vlak door zo'n $0,3 miljard aan talc-gerelateerde rechtszaakkosten, kort na een voorgestelde schikking van $5,5 miljard die 15 jaar aan rechtszaken moet afsluiten.
- Pfizer rapporteerde een nettoverlies van $248 miljoen, veroorzaakt door een afschrijving van $4,3 miljard na een mislukte fase 3-studie en het schrappen van een goedkeuringstraject — deels gecompenseerd door een boekwinst op de verkoop van een belang in ViiV Healthcare.
- Geen van de drie heeft dezelfde uitdaging: Eli Lilly moet zijn groeitempo vasthouden, J&J zijn juridisch verleden afsluiten, en Pfizer een nieuwe groeimotor vinden nu het geen eigen GLP-1-middel heeft.
Eli Lilly, Johnson & Johnson en Pfizer behoren alle drie tot de grootste farmaceutische bedrijven ter wereld, maar staan financieel mijlenver uit elkaar. Dat verschil draait grotendeels om één markt: GLP-1-middelen, de klasse geneesmiddelen die oorspronkelijk voor diabetes is ontwikkeld en inmiddels een miljardenmarkt in gewichtsverlies heeft aangeboord. Wie daar vroeg en sterk in zat, groeit torenhoog. Wie er niet in zit, moet zijn groei ergens anders vandaan halen — en dat is precies waar Johnson & Johnson en Pfizer nu voor staan, elk op hun eigen manier.
Eli Lilly: de GLP-1-groeimotor, met een waardering die daarnaar handelt
Eli Lilly is een Amerikaans farmaceutisch bedrijf, van oudsher bekend van insuline, dat de afgelopen jaren is uitgegroeid tot marktleider in GLP-1-middelen tegen diabetes (Mounjaro) en obesitas (Zepbound), beide gebaseerd op de werkzame stof tirzepatide.
In het kwartaal dat eindigde op 30 juni 2026 rapporteerde Eli Lilly volgens de laatste bij de SEC gedeponeerde cijfers een omzet van $22,974 miljard, een groei van 47,7% j-o-j, met een nettowinst van $7,095 miljard (+25,3%) en een nettomarge van 30,9%. Over de laatste vier kwartalen (TTM) groeide de omzet nog sterker, met 49,6% naar $79,665 miljard, met een nettowinst van $26,711 miljard (+93,6%), een nettomarge van 33,5% en een rendement op eigen vermogen (ROE) van 78,8% — verreweg het hoogste van de drie, een teken van hoe winstgevend de GLP-1-franchise inmiddels is. Die groei brengt wel een keerzijde met zich mee: Eli Lilly wordt door beleggers gewaardeerd als groeibedrijf, wat betekent dat elk kwartaal waarin de vraag naar tirzepatide ook maar iets vertraagt, harder afgestraft kan worden dan bij een traditioneel farmabedrijf.
Johnson & Johnson: solide groei, overschaduwd door een juridisch dossier dat eindelijk sluit
Johnson & Johnson is een gediversifieerd gezondheidszorgbedrijf met divisies in geneesmiddelen (oncologie, immunologie) en medische technologie, nadat het zijn consumentendivisie (Tylenol, Band-Aid) in 2023 heeft afgesplitst als Kenvue.
In het kwartaal dat eindigde op 28 juni 2026 rapporteerde Johnson & Johnson een omzet van $25,310 miljard, een groei van 6,6% j-o-j, met een nettowinst van $5,534 miljard die nagenoeg gelijk bleef aan de $5,537 miljard een jaar eerder (-0,05%), goed voor een nettomarge van 21,9%. Die vlakke winst ondanks solide omzetgroei komt door zo'n $0,3 miljard aan kosten gerelateerd aan de aanhoudende talc-rechtszaken — de al vijftien jaar lopende claims dat het bedrijfstalkpoeder kanker zou veroorzaken. Eind juli 2026 kondigde J&J een voorgestelde schikking van $5,5 miljard aan om die rechtszaken definitief af te sluiten, na eerdere pogingen die in de rechtbank sneuvelden. Over de laatste vier kwartalen groeide de omzet 8,1% naar $97,929 miljard, met een TTM-nettowinst van $21,037 miljard (-7,2%, mede door het wegvallen van een eenmalige meevaller in de vergelijkingsbasis van vorig jaar), een nettomarge van 21,5% en een ROE van 24,8%. Het bedrijf verhoogde ondertussen zijn omzetverwachting voor het volledige jaar naar circa $100,6 miljard.
Pfizer: een kwartaalverlies door een tegenvallende studie, en geen eigen plek in de GLP-1-markt
Pfizer is wereldwijd bekend van zijn coronavaccin, maar zoekt sinds het wegvallen van de covid-omzet naar nieuwe groeimotoren in oncologie, vaccins en overnames — tot dusver zonder een eigen GLP-1-middel van betekenis.
In het kwartaal dat eindigde op 28 juni 2026 rapporteerde Pfizer een omzet van $15,034 miljard, een lichte groei van 2,6% j-o-j, met een nettoverlies van $248 miljoen tegenover een winst van $2,910 miljard een jaar eerder — een daling van meer dan 100%. Dat verlies is grotendeels boekhoudkundig: Pfizer nam een afschrijving van $4,3 miljard, waarvan $3,8 miljard voor het kankermiddel sigvotatug vedotin na tegenvallende fase 3-resultaten en $525 miljoen voor het sikkelcelmiddel Oxbryta nadat overleg met de Amerikaanse toezichthouder FDA een goedkeuringstraject onhaalbaar maakte. Die afschrijvingen werden deels gecompenseerd door een boekwinst van $1,87 miljard op de verkoop van een belang in ViiV Healthcare. Over de laatste vier kwartalen daalde de omzet licht met 0,2% naar $63,696 miljard, met een TTM-nettowinst van $4,333 miljard (-59,7%), een nettomarge van 6,8% en een ROE van 5,1% — ruim onder die van de andere twee. Ondanks het kwartaalverlies verhoogde Pfizer zijn omzetverwachting voor het volledige jaar, gesteund door een onderliggende (niet-covid) omzetgroei die volgens het bedrijf zelf op ruim 18% uitkwam.
De cijfers naast elkaar
| Eli Lilly (LLY) | Johnson & Johnson (JNJ) | Pfizer (PFE) | |
|---|---|---|---|
| Omzetgroei kwartaal j-o-j | +47,7% | +6,6% | +2,6% |
| Omzetgroei TTM | +49,6% | +8,1% | -0,2% |
| Nettowinst kwartaal | $7,10 mrd | $5,53 mrd | -$0,25 mrd* |
| Nettomarge kwartaal | 30,9% | 21,9% | -1,6%* |
| ROE (TTM) | 78,8% | 24,8% | 5,1% |
| Grootste dossier dit kwartaal | GLP-1-vraag vasthouden | Talc-schikking ($5,5 mrd) | Afschrijving mislukte studie |
*Pfizers kwartaalverlies komt vrijwel volledig door een niet-cash afschrijving van $4,3 mrd op onderzoeksprojecten die niet aan de verwachtingen voldeden, deels gecompenseerd door een boekwinst van $1,87 mrd op de verkoop van een belang in ViiV Healthcare — geen van beide zegt iets over de lopende bedrijfsvoering.
Wat verwachten analisten voor Eli Lilly, Johnson & Johnson en Pfizer?
Voor de komende 1-2 jaar rekenen analisten bij Eli Lilly op aanhoudend hoge groei, zolang de productie van tirzepatide de vraag kan bijbenen en concurrenten als Novo Nordisk geen marktaandeel afsnoepen met nieuwe middelen. Bij Johnson & Johnson wordt vooral gekeken of de voorgestelde talc-schikking daadwerkelijk wordt goedgekeurd door de rechtbank, wat de juridische onzekerheid definitief zou wegnemen en de aandacht weer volledig op de onderliggende omzetgroei van 6-8% zou richten. Bij Pfizer ligt de nadruk op de pijplijn na de afschrijvingen van dit kwartaal: analisten volgen of de overige onderzoeksprogramma's en recente overnames op termijn de omzet kunnen compenseren die met de aflopende covid-franchise is weggevallen.
Waarom verschilt de winstontwikkeling van deze drie farmareuzen zo sterk?
Het verschil zit vooral in het soort "ruis" boven op de kernactiviteit: bij Eli Lilly is er nauwelijks ruis, waardoor de indrukwekkende omzetgroei direct in de winst doorwerkt. Bij Johnson & Johnson maskeert een terugkerende juridische kostenpost — de talc-rechtszaken — een onderliggend gezonde omzetgroei, met de recente schikking als teken dat die kostenpost eindelijk een einddatum krijgt. Bij Pfizer gaat het om een eenmalige, niet-cash afschrijving na een mislukte studie, een risico dat inherent is aan farmaceutisch onderzoek: niet elk experimenteel middel haalt de eindstreep, en wanneer dat gebeurt bij een middel waar hoge verwachtingen op rustten, moet de waarde ervan in één klap worden afgeboekt.
Visie en vooruitzichten: drie verschillende paden naar de volgende groeifase
De vergelijking laat zien dat "grote farmaceut" allang geen homogene categorie meer is. Eli Lilly bevindt zich in de meest comfortabele positie: het bedrijf hoeft alleen zijn huidige succes vast te houden, al brengt een waardering die op torenhoge groei is gebaseerd het risico met zich mee dat zelfs een kleine vertraging in de GLP-1-vraag tot een stevige koersreactie kan leiden. Johnson & Johnson moet vooral bewijzen dat het zijn juridische verleden definitief kan afsluiten; lukt dat met de voorgestelde talc-schikking, dan komt de aandacht van beleggers weer volledig te liggen bij een gediversifieerde portefeuille die gestaag blijft groeien in oncologie en medische technologie. Pfizer staat voor de fundamenteelste opgave van de drie: zonder eigen GLP-1-middel en met een aflopende covid-franchise moet het bedrijf zijn volgende groeimotor vinden in een pijplijn die, zoals dit kwartaal pijnlijk bleek, niet elk experiment laat slagen. Voor alle drie geldt dat de komende kwartalen — GLP-1-marktaandeel bij Lilly, de rechtbankuitspraak over de schikking bij J&J, en de pijplijnresultaten bij Pfizer — bepalend zijn voor welk pad het sterkst uitpakt.
Conclusie: drie farmareuzen, drie uiteenlopende verhalen
Eli Lilly, Johnson & Johnson en Pfizer bewijzen dat de farmasector allesbehalve uniform is. Eli Lilly is het duidelijkste groeiverhaal van de drie, gedragen door één dominante productlijn. Johnson & Johnson combineert stabiele, gediversifieerde omzetgroei met een juridisch dossier dat eindelijk richting een afsluiting beweegt. Pfizer doorloopt de moeilijkste fase: een pijplijnstuk dat niet aansloeg, een afschrijving die de winst een kwartaal lang negatief maakte, en de opgave om zonder een eigen GLP-1-middel toch weer groei te vinden. Welke van de drie het beste bij een portefeuille past, hangt af van hoeveel groeirisico, juridisch risico of R&D-risico een belegger wil dragen.
Vergelijk Eli Lilly, Johnson & Johnson en Pfizer live op KoersRadar.
Vergelijk LLY, JNJ en PFELiever een seintje bij nieuwe gidsen en analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →
De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.