Eurozone-bedrijvigheid naar hoogste niveau in 41 maanden — Duitsland versnelt, Frankrijk terug in groei, ECB-renteverhoging in oktober weer op tafel

De flash-inkoopmanagersindex (PMI) voor de eurozone steeg in september naar 53,1, tegen 52,0 in augustus en ruim boven de verwachte 51,5 — het hoogste niveau in 41 maanden, oftewel bijna drieënhalf jaar. De groei is breed gedragen: Duitsland liet de sterkste stijging in bedrijvigheid in bijna een jaar zien, terwijl Frankrijk ondanks een zwakke industrie terugkeerde naar expansie. Voor de ECB compliceert dat de renteafweging — de aanhoudende prijsdruk, mede aangewakkerd door de weer gestegen olieprijs, maakt een renteverhoging in oktober voor de centrale bank moeilijker uit te sluiten dan een paar weken geleden nog leek.
In het kort
- De flash-composiet-PMI van de eurozone steeg in september naar 53,1 (van 52,0 in augustus), het hoogste niveau in 41 maanden en ruim boven de verwachte 51,5.
- De dienstensector klom naar 53,0 (10-maands hoog), de industriële productie-index naar 53,4 (55-maands hoog) — economen leiden hieruit een impliciete bbp-groei van circa 0,4% op kwartaalbasis af.
- Duitsland versnelde het hardst: composiet-PMI 53,8 (verwacht: 51,8), met de dienstensector voor het eerst in vijf maanden weer in groei en de werkgelegenheid voor de tweede maand op rij stijgend.
- Frankrijk keerde terug naar expansie ondanks een industrie-PMI die vlak bij de kritieke grens van 50 bleef hangen — een omslag ten opzichte van de aanhoudende zwakte die eerder deze maand nog de Franse staatsschuldcrisis voedde.
Wat zegt de eurozone-PMI van september over de economie?
Een PMI boven de 50 duidt op groei, eronder op krimp — hoe verder van 50, hoe sterker het signaal. Met 53,1 staat de eurozone op het hoogste niveau sinds begin 2022 en ruim boven de 51,5 die economen hadden voorspeld. Zowel de dienstensector (53,0, een piek van tien maanden) als de industriële productie (53,4, het sterkste cijfer in 55 maanden) droegen bij, wat volgens de samenstellers van de index duidt op aanhoudende momentum richting het vierde kwartaal. Opvallend: die veerkracht houdt stand ondanks de gestegen olieprijs, lage waterstanden op belangrijke vaarroutes en aanhoudende verstoringen in de aanvoerketen — factoren die normaliter juist op de bedrijvigheid drukken.
Waarom versnelt Duitsland terwijl Frankrijk worstelt?
De Duitse composiet-PMI kwam uit op 53,8, ver boven de verwachte 51,8 en de sterkste stijging in bedrijvigheid in bijna een jaar. Vooral de omslag in de dienstensector springt eruit: die klom naar 52,9, een piek van zeven maanden, en maakte daarmee een einde aan vijf achtereenvolgende maanden van krimp. De industrie bleef met 53,8 ruim in groei, zij het licht lager dan de 54,3 van augustus, terwijl bedrijven voor de tweede maand op rij meer mensen aannamen — een teken dat werkgevers de huidige vraag als duurzaam beoordelen, niet als tijdelijke opleving.
Frankrijk vertoont een ander patroon: de industrie-PMI bleef gevaarlijk dicht bij de grens van 50 hangen, maar de dienstensector trok voldoende aan om de Franse economie als geheel terug in expansie te brengen. Dat is een voorzichtig lichtpunt na de Franse staatsschuldcrisis die eerder deze maand nog de rentespread met Duitsland naar het hoogste niveau sinds 2012 dreef — al blijft de onderliggende politieke onzekerheid in Parijs onveranderd, en zegt één maand PMI-herstel niets over de begrotingsproblemen die daaraan ten grondslag liggen.
De inkoopmanagersindex (PMI) is een maandelijkse enquête onder inkoopmanagers over productie, nieuwe orders en werkgelegenheid, opgesteld door S&P Global in samenwerking met Hamburg Commercial Bank (HCOB) en internationaal een van de meest gevolgde vroege-indicatoren voor economische groei.
Welke Europese bedrijven profiteren van de industriële versnelling?
De Duitse en Franse opleving in industriële bedrijvigheid komt niet uit de lucht vallen: beide landen zien een golf van investeringen in datacenters, elektrificatie en industriële automatisering. Siemens verhoogde onlangs zijn winstverwachting na een kwartaal met 15% winstgroei, 8% omzetgroei en een recordorderportefeuille van €27,9 miljard, gedreven door sterke vraag vanuit datacenters en de industrie. Ook Schneider Electric profiteert van dezelfde trend: het Franse elektrotechnicaconcern mikt voor 2026 op een organische omzetgroei van 7 tot 10%, met datacenters als belangrijkste groeimotor naast industrie, infrastructuur en gebouwenbeheer.
Siemens is een Duits technologieconcern met activiteiten in industriële automatisering, energie-infrastructuur en digitalisering, genoteerd op de Frankfurtse beurs. Schneider Electric is een Frans concern gespecialiseerd in energiebeheer en industriële automatisering, genoteerd op Euronext Parijs.
Analistenverwachtingen: voor Siemens rekenen analisten de komende jaren op aanhoudende omzet- en winstgroei bovenop het reeds verhoogde huidige-kwartaalbeeld, gedreven door de aanhoudende vraag naar stroominfrastructuur voor AI-datacenters. Voor Schneider Electric wordt over de komende drie jaar een gemiddelde jaarlijkse omzetgroei van circa 8,9% verwacht — enigszins onder het groeitempo van de bredere sector voor elektrische apparatuur, maar wel structureel boven de eigen historische trend van vóór de datacenter-golf.
Zowel Siemens als Schneider Electric zijn voor Nederlandse particuliere beleggers gewoon verhandelbaar via de grote brokers, als reguliere Duitse respectievelijk Franse aandelen.
Wat betekent dit voor het ECB-rentebesluit?
Voor de meest voorzichtige beleidsmakers binnen de ECB wordt het met deze cijfers lastiger om een renteverhoging categorisch uit te sluiten. De rente staat sinds 10 september al op 2,50%, en de combinatie van een onverwacht sterke economie met aanhoudende prijsdruk — de olieprijs klom deze week weer boven $100 per vat, nadat president Trump een mogelijke pauze op Amerikaanse dieselexporten liet doorschemeren — brengt een verhoging in oktober volgens marktanalisten nadrukkelijk terug op de agenda. Dat is een verschuiving ten opzichte van de eerdere consensus, die vooral uitging van de eerstvolgende stap in december.
Visie en vooruitzichten: een eurozone die harder groeit dan verwacht is in de kern goed nieuws, maar voor aandelenbeleggers zit er een adder onder het gras. Sterkere bedrijvigheid houdt de prijsdruk in stand, en dat vergroot de kans dat de ECB eerder dan gepland opnieuw ingrijpt — met een hogere rente die juist de sectoren raakt die nu het hardst groeien, van industriële kapitaalgoederen tot vastgoed en small-caps die relatief veel extern kapitaal nodig hebben. Voor Duitse industrials als Siemens is het beeld het minst dubbelzinnig: de orderportefeuilles zijn structureel, gedreven door de wereldwijde datacenter-bouw, en die vraag verdwijnt niet bij een kwartaalpunt hogere rente. Voor Frankrijk ligt het gevoeliger — een economisch herstel dat samenvalt met aanhoudend hoge staatsschuldrentes biedt weinig ruimte voor de begrotingsconsolidatie die beleggers in de OAT-Bund spread willen zien. De komende weken, met het ECB-rentebesluit eind oktober als eerste ijkpunt, laten zien of deze veerkracht doorzet of dat de hogere olieprijs alsnog begint te knagen aan het herwonnen vertrouwen.
Volg de rentemarkt en de Europese industrials live op KoersRadar.
Naar de Europese marktLiever een seintje bij nieuwe analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →
Onderdeel van ons dossier Rente & macro-economie →
De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.