Concentratierisico: hoeveel aandelen heeft u echt nodig?
De S&P 500 en de Nasdaq 100 koersten deze week weer richting nieuwe records, aangejaagd door meevallende inflatiecijfers en sterke kwartaalcijfers van een handvol grote technologiebedrijven. Wie belegt via een brede indextracker gaat er vaak van uit dat 500 (of 100) onderliggende bedrijven automatisch voor spreiding zorgen. Dat klopt steeds minder: een klein aantal namen bepaalt inmiddels een onevenredig groot deel van de koers van die index. Dat heet concentratierisico, en het speelt een steeds grotere rol — ook voor wie denkt breed gespreid te zitten.
In het kort
- De top 10 van de S&P 500 weegt inmiddels ongeveer 38% van de index, tegen circa 23% in het jaar 2000 — de Nasdaq 100 zit met bijna de helft nog hoger.
- De klassieke vuistregel uit de financiële literatuur is dat 20 tot 30 ongecorreleerde aandelen het meeste bedrijfsspecifieke risico wegdiversifiëren — maar 20 AI-namen met dezelfde onderliggende driver diversifiëren nauwelijks.
- Een equal-weight-ETF verlaagt het top 10-gewicht van circa een derde naar zo'n 2%, maar presteerde de afgelopen 23 jaar per saldo iets minder dan de gewone, naar marktkapitalisatie gewogen S&P 500.
- Geen advies om te concentreren of juist te spreiden: het gaat erom te weten hóe geconcentreerd uw indexfonds daadwerkelijk is, zodat u een bewuste keuze maakt.
Wat is concentratierisico, en waarom speelt het nu zo?
Concentratierisico is het risico dat een groot deel van uw rendement afhangt van een klein aantal posities, waardoor het lot van uw hele portefeuille samenvalt met het lot van een handvol bedrijven. In een naar marktkapitalisatie gewogen index zoals de S&P 500 of de Nasdaq 100 ontstaat dat risico automatisch: hoe groter een bedrijf wordt, hoe zwaarder het meeweegt, wat vervolgens weer meer kapitaal naar dat bedrijf trekt via passieve indexfondsen. Recente cijfers van indexaanbieders laten zien dat de top 10 van de S&P 500 momenteel goed is voor ongeveer 38% van de totale indexwaarde — meer dan in enig eerder gemeten moment, en ruim boven de circa 23% aan het begin van de eeuw, tijdens de dotcombubbel.
Hoe geconcentreerd is de S&P 500 vandaag precies?
| Positie | Bedrijf | Gewicht S&P 500 |
|---|---|---|
| 1 | NVIDIA | ~8,0% |
| 2 | Apple | ~6,9% |
| 3 | Alphabet | ~5,7% |
| 4 | Microsoft | ~5,6% |
| 5 | Amazon | ~4,0% |
| Top 10 totaal | ~38% | |
Ter vergelijking: in de Nasdaq 100 loopt de top 10-weging op tot bijna de helft van de index. De sector informatietechnologie beslaat inmiddels bijna een derde van de hele S&P 500 — een dominantie van één sector die de afgelopen decennia niet eerder zo groot is geweest.
Wat dit extra relevant maakt, is dat de top-namen niet alleen qua koers samenhangen, maar ook qua onderliggende bedrijfsvoering. De omzetgroei van de afgelopen vier kwartalen (TTM) bij NVIDIA bedroeg 70,7%, bij Broadcom 32,3%, bij Microsoft 17,8% en bij Oracle 17,3% — voor een groot deel gedreven door dezelfde klantenkring die datacenters en AI-infrastructuur bouwt. Meta vormt hierop een uitzondering: de winst per aandeel daalde er het afgelopen jaar juist met bijna 5%, ondanks 27,7% omzetgroei, wat illustreert dat zelfs binnen dezelfde AI-cluster de resultaten uiteen kunnen lopen. Zolang de vraag naar AI-rekenkracht aanhoudt, versterkt dat elkaar; valt die vraag terug, dan raakt dat een onevenredig groot deel van de index tegelijk, precies omdat het om zoveel indexgewicht in zo weinig namen gaat.
Hoeveel aandelen heeft u nodig om echt te diversifiëren?
In de klassieke financiële literatuur wordt vaak de vuistregel genoemd dat 20 tot 30 zorgvuldig gekozen, onderling weinig gecorreleerde aandelen het grootste deel van het bedrijfsspecifieke ("idiosyncratische") risico wegdiversifiëren — het risico dat is verbonden aan het lot van één individueel bedrijf, in tegenstelling tot het marktrisico dat alle aandelen gezamenlijk raakt en dat u met geen enkele spreiding kunt wegnemen. Voorbij die 20 tot 30 posities neemt het diversificatie-voordeel van nóg een aandeel snel af.
Die vuistregel gaat echter uit van aandelen die weinig met elkaar te maken hebben. Twintig verschillende AI-namen die allemaal profiteren van dezelfde datacenterbouwgolf, tellen in de praktijk veel minder dan twintig posities in tien verschillende, ongerelateerde sectoren. Dat is precies waar een naar marktkapitalisatie gewogen indexfonds tegenaan loopt: met 500 onderliggende bedrijven lijkt de S&P 500 breed gespreid, maar omdat bijna 38% van het gewicht in tien, grotendeels onderling gecorreleerde technologienamen zit, is de effectieve spreiding kleiner dan het aantal van 500 doet vermoeden. Het gaat dus niet alleen om hoeveel aandelen u aanhoudt, maar ook om hoe weinig die aandelen met elkaar gemeen hebben.
Hoe zit dit bij de Nasdaq 100 en bij losse AI-aandelen?
Wie in plaats van (of naast) een S&P 500-ETF een Nasdaq 100-ETF aanhoudt, loopt tegen een nog scherpere versie van hetzelfde probleem aan: daar weegt de top 10 inmiddels bijna de helft van de index, en ontbreken financiële en energie-aandelen volledig, waardoor de overgebleven 90 posities nog minder tegenwicht bieden. Voor beleggers die daarnaast losse AI- of chipaandelen kopen — bijvoorbeeld naast een brede indextracker ook nog Broadcom, Oracle of Qualcomm — geldt hetzelfde mechanisme nog directer: die posities tellen weliswaar als "aparte aandelen", maar voegen weinig diversificatie toe zolang hun omzet grotendeels van dezelfde handvol hyperscalers en datacenterbouwers komt. Het aantal namen in uw portefeuille groeit dan wel, maar de effectieve spreiding nauwelijks.
Voor de Nederlandse box 3-heffing maakt dat onderscheid geen verschil: het forfaitaire rendement op beleggingen wordt berekend over de totale waarde van uw effectenportefeuille, ongeacht hoe geconcentreerd die is. Dat betekent dat concentratierisico voor een Nederlandse belegger een zuiver beleggingsrisico is — het raakt hoe hard uw portefeuille kan schommelen — zonder dat er een fiscale prikkel is om het een kant op te sturen. De afweging tussen meer spreiding en historisch hoger rendement is daarmee net zo goed een kwestie van eigen risicobereidheid als bij een Amerikaanse belegger.
Wat doet een equal-weight ETF aan concentratierisico?
Een alternatief voor de gangbare, naar marktkapitalisatie gewogen S&P 500-ETF is een equal-weight-variant (in de VS bekend onder de ticker RSP), die elk van de 500 onderliggende bedrijven hetzelfde gewicht geeft in plaats van dat gewicht te laten meebewegen met de beurswaarde. Het effect op de concentratie is groot: in de gewone S&P 500 heeft de top 10 een gewicht van circa 38%, in de equal-weight-variant daalt dat naar ongeveer 2% — vergelijkbaar met het gewicht van elk ander van de 500 bedrijven. Waar in de gewone index de drie grootste namen samen al ongeveer 20% van het gewicht uitmaken, zijn in de equal-weight-index 86 verschillende bedrijven nodig om diezelfde 20% te bereiken.
Die extra spreiding heeft een prijs. Over de afgelopen 23 jaar presteerde de gewone, naar marktkapitalisatie gewogen S&P 500 per saldo licht beter dan de equal-weight-variant, met bovendien een lagere volatiliteit en een betere risico-gecorrigeerde rendementsverhouding — juist doordat de cap-weighted index zwaar leunde op precies de groeiaandelen die het hardst stegen. Een equal-weight-ETF rekent daarnaast doorgaans hogere fondskosten, omdat het fonds actief moet herbalanceren om alle posities gelijk te houden, terwijl een cap-weighted ETF grotendeels vanzelf meebeweegt met de markt. Concentratie vermijden is dus geen gratis optie: het is een bewuste ruil van (historisch) rendement voor meer spreiding.
Praktische vuistregels om concentratierisico te beperken
- Ga niet blind af op het aantal onderliggende bedrijven. "500 aandelen" zegt weinig als 38% van het gewicht in tien namen zit — kijk naar het top 10-gewicht van een indexfonds voordat u aanneemt dat het breed gespreid is.
- Tel gecorreleerde posities niet los. Vijf AI-gerelateerde aandelen naast een S&P 500- of Nasdaq 100-ETF vergroten uw feitelijke blootstelling aan dat ene thema verder, ook al lijkt het aantal verschillende posities in uw portefeuille toe te nemen.
- Overweeg positielimieten bij losse aandelen. Veel particuliere beleggers hanteren een vuistregel om geen enkele individuele positie zwaarder te laten wegen dan 5 à 10% van de totale portefeuille, ongeacht hoe goed het bedrijf presteert.
- Combineer eventueel cap-weighted met equal-weight of sector-spreiding als u de concentratie in mega-caps bewust wilt afvlakken — met het besef dat dit historisch gemiddeld iets rendement heeft gekost.
- Herbalanceer periodiek. Concentratie loopt vanzelf op naarmate de grootste posities harder stijgen dan de rest van de portefeuille; hoe u dat aanpakt, leest u in ons artikel over portefeuille herbalanceren.
Visie: is dit vergelijkbaar met de dotcombubbel?
De vergelijking met het jaar 2000 dringt zich op — ook toen leunde de S&P 500 zwaar op een klein aantal technologienamen, met een pijnlijke correctie tot gevolg. Er is een belangrijk structureel verschil: de huidige kopgroep bestaat uit bedrijven met aanzienlijke, groeiende winsten en vrije kasstroom — NVIDIA's nettomarge van 63% en Alphabet's TTM-winstgroei van meer dan 111% zijn geen speculatieve verhalen zonder omzet, zoals veel dotcombedrijven dat destijds waren. Dat betekent niet dat het concentratierisico daarmee verdwijnt — het betekent alleen dat de aard van het risico verschuift van "deze bedrijven verdienen misschien nooit geld" naar "de markt prijst in dat deze indrukwekkende groei nog jaren aanhoudt, en dat is een aanname, geen zekerheid." Mocht het tempo van AI-investeringen vertragen, een van de grote namen tegenvallen, of de rente onverwacht weer oplopen — technologie- en groeiaandelen zijn traditioneel gevoeliger voor de rente waartegen toekomstige winsten worden verdisconteerd — dan werkt de concentratie in beide richtingen: dezelfde tien namen die de index nu omhoogtrekken, kunnen hem net zo hard omlaagtrekken. Dat is precies waarom het onderliggende gewicht van uw indexfonds iets is om te kennen, ook als u met "gewoon een brede ETF" dacht dat risico al te hebben afgedekt.
Wilt u uw portefeuille bewuster spreiden over meerdere posities of sectoren? Vergelijk brokers op kosten, aanbod en toegang tot de Amerikaanse markt.
Brokers vergelijkenLiever een seintje bij nieuwe gidsen en analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →
Onderdeel van ons dossier AI-aandelen →
De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.