S&P 500 of Nasdaq 100 ETF: welke past bij u?
De Amerikaanse beurzen bewogen deze week weer richting nieuwe records: de Nasdaq Composite klom op 13 augustus naar 26.588 punten en de S&P 500 tikte 7.749 punten aan, nadat de julicijfers voor de Amerikaanse inflatie licht afkoelden en beleggers een renteverhoging door de Federal Reserve wat verder wegzetten. Wie via één simpele aankoop wil meeliften op die brede Amerikaanse markt, stuit al snel op twee namen: een S&P 500 ETF en een Nasdaq 100 ETF. Ze klinken als varianten van hetzelfde, maar leveren in de praktijk een heel ander rendements- en risicoprofiel op.
In het kort
- De S&P 500 volgt 500 grote Amerikaanse bedrijven uit alle sectoren; de Nasdaq 100 volgt de 100 grootste niet-financiële bedrijven op de Nasdaq-beurs — veel technologiezwaarder.
- Over de afgelopen tien jaar rendeerde een Nasdaq 100-ETF als QQQ circa 21% per jaar, tegen circa 15% voor een S&P 500-ETF als VOO — met beduidend meer koersschommelingen.
- De top 10 posities wegen inmiddels zo'n 38% mee in de S&P 500 en bijna de helft in de Nasdaq 100 — de twee indices overlappen dan ook flink in hun grootste posities.
- Geen advies welke "beter" is: het is een afweging tussen spreiding en kosten enerzijds, en historisch hoger (maar volatieler) rendement anderzijds.
Wat is de S&P 500, en wat is de Nasdaq 100?
De S&P 500 is een naar marktkapitalisatie gewogen index van ongeveer 500 grote, in de VS genoteerde bedrijven, samengesteld door S&P Dow Jones Indices op basis van winstgevendheid, liquiditeit en marktwaarde. De index dekt alle elf economische sectoren — van technologie en gezondheidszorg tot financiële dienstverlening, energie en nutsbedrijven — en geldt daarom als de meest gebruikte graadmeter voor "de Amerikaanse aandelenmarkt" als geheel.
De Nasdaq 100 is smaller: de 100 grootste niet-financiële bedrijven die op de Nasdaq-beurs genoteerd staan, eveneens gewogen naar marktkapitalisatie. Doordat banken en verzekeraars per definitie buiten de index vallen en de Nasdaq van oudsher de thuisbasis is van technologiebedrijven, is de Nasdaq 100 aanzienlijk techzwaarder dan de S&P 500 — met een informatietechnologie-weging die vaak richting de helft van de index loopt, tegen ongeveer een derde in de S&P 500.
Welke ETF's volgen deze indices?
Beide indices zijn zelf niet rechtstreeks te kopen — dat gebeurt via een ETF (Exchange Traded Fund, een beleggingsfonds dat als een gewoon aandeel op de beurs verhandeld wordt) die de index nabootst.
| ETF | Volgt | Uitgever | Kostenratio | Dividendrendement |
|---|---|---|---|---|
| VOO | S&P 500 | Vanguard | 0,03% | ~1,1% |
| SPY | S&P 500 | State Street (SPDR) | 0,09% | ~1,0% |
| IVV | S&P 500 | iShares (BlackRock) | 0,03% | ~1,1% |
| QQQ | Nasdaq 100 | Invesco | ~0,18% | ~0,4% |
| QQQM | Nasdaq 100 | Invesco | 0,15% | ~0,4% |
Het kostenverschil lijkt op het eerste gezicht klein, maar telt op lange termijn wel degelijk mee: op een positie van €10.000 betaalt u bij VOO ongeveer €3 per jaar aan fondskosten, tegen circa €18 bij QQQ. Dat verschil van €15 per jaar compenseert niet in zijn eentje een keuze voor de ene of de andere ETF, maar is wel een factor om mee te wegen als het rendement dicht bij elkaar zou liggen — wat historisch niet het geval was, zoals de volgende paragraaf laat zien.
Welke ETF heeft in het verleden beter gerendeerd?
Over de afgelopen tien jaar rendeerde een Nasdaq 100-ETF als QQQ gemiddeld circa 21% per jaar, tegen circa 15% per jaar voor een S&P 500-ETF als VOO. Dat verschil komt vrijwel volledig door de zwaardere weging van de grote technologiebedrijven, die de afgelopen tien jaar — en zeker sinds de opkomst van generatieve AI — een bovengemiddelde winst- en omzetgroei lieten zien.
| QQQ (Nasdaq 100) | VOO (S&P 500) | |
|---|---|---|
| Rendement, 10 jaar (jaarbasis) | ~21% | ~15% |
| Volatiliteit (jaarbasis) | ~31% | ~14% |
| Dividendrendement | ~0,4% | ~1,1% |
| Sectorzwaartepunt | Technologie (~helft) | Technologie (~1/3) |
Dat hogere rendement kwam niet zonder prijs: QQQ was ook meer dan twee keer zo volatiel als VOO. Dat is geen historisch toeval — de Nasdaq 100 kelderde tijdens het uiteenspatten van de dotcombubbel begin jaren 2000 met meer dan 80%, en ook in de correctie van 2022 daalde de index harder dan de bredere S&P 500. Een hoger verwacht rendement gaat hier hand in hand met een uitgesprokener risicoprofiel: wie in aandelen als NVIDIA of Microsoft een correctie meemaakt, voelt dat in een Nasdaq 100-tracker sterker dan in een breed gespreide S&P 500-tracker.
Wat zit er precies in elke index? Top 10-gewichten
Beide indices zijn naar marktkapitalisatie gewogen, wat betekent dat de grootste bedrijven verreweg het meeste gewicht in de koers krijgen. Recente cijfers van indexaanbieders laten zien hoe geconcentreerd dat inmiddels is.
| Positie | S&P 500-gewicht | Nasdaq 100 / QQQ-gewicht |
|---|---|---|
| 1. NVIDIA | ~8,0% | ~8,7% |
| 2. Apple | ~6,9% | ~7,1% |
| 3. Alphabet | ~5,7% | ~3,9% |
| 4. Microsoft | ~5,6% | ~5,3% |
| 5. Amazon | ~4,0% | ~4,9% |
| Top 10 totaal | ~38% | ~48% |
Dat de top 5 in beide tabellen vrijwel dezelfde namen bevat, is geen toeval: NVIDIA, Apple, Alphabet, Microsoft en Amazon zijn zowel in de S&P 500 als in de Nasdaq 100 opgenomen, en zijn in beide indices de zwaarst wegende namen. Onderzoek naar de overlap tussen de twee indices laat zien dat QQQ en een brede S&P 500-tracker circa 88 van de 520 unieke onderliggende aandelen delen, goed voor iets meer dan de helft van het totale gewicht van beide fondsen samen. Wie beide ETF's naast elkaar aanhoudt in de veronderstelling extra te spreiden, koopt voor een groot deel twee keer dezelfde bedrijven.
Die vijf namen groeiden het afgelopen jaar bovendien niet toevallig hard: NVIDIA's omzet over de laatste vier kwartalen (TTM) steeg 70,7% jaar op jaar met een nettomarge van 63,0%, Microsoft liet een omzetgroei van 17,8% zien, Amazon 15,8% en Alphabet een winstgroei van meer dan 111%. Grotendeels dezelfde AI-investeringsgolf drijft dus zowel de winsten van deze bedrijven als hun steeds groter wordende gewicht in beide indices.
Wat mist u door voor één van de twee te kiezen?
Omdat de Nasdaq 100 per definitie geen financiële instellingen bevat, ontbreken grote namen als JPMorgan Chase, Bank of America en Berkshire Hathaway volledig — sectoren als financiële dienstverlening en energie zijn er sterk ondervertegenwoordigd ten opzichte van hun gewicht in de bredere Amerikaanse economie. De S&P 500 dekt die sectoren wel, wat het een completere afspiegeling van "de Amerikaanse markt" maakt, maar betekent ook dat een S&P 500-belegger voor een deel van zijn rendement afhankelijk is van sectoren die de afgelopen jaren juist minder hard groeiden dan technologie.
De concentratie waarmee we hierboven de top 10-gewichten lieten zien, is bovendien geen vast gegeven. Aan het begin van de eeuw, tijdens de dotcombubbel, wogen de tien grootste S&P 500-bedrijven samen ongeveer 23% van de index — nu is dat opgelopen tot circa 38%. Diezelfde dynamiek — een steeds kleiner aantal bedrijven dat een steeds groter deel van beide indices bepaalt — is een van de redenen waarom sommige beleggers naast een cap-weighted ETF ook kijken naar alternatieven zoals een equal-weight-variant van de S&P 500, die elk van de 500 bedrijven even zwaar weegt in plaats van naar marktkapitalisatie. Hoe die concentratie precies werkt en wat u eraan kunt doen, leest u in ons artikel over concentratierisico en hoeveel aandelen u nodig heeft om echt te spreiden.
Wat zijn de belangrijkste verschillen voor een Nederlandse belegger?
Voor de Nederlandse fiscale behandeling — box 3-heffing over de waarde van uw beleggingen, en 15% Amerikaanse bronbelasting op dividenduitkeringen — maakt het niet uit of u een S&P 500- of een Nasdaq 100-ETF aanhoudt: beide vallen onder dezelfde regels. Het praktische verschil zit vooral in het dividendrendement: met een yield van circa 1,1% keert VOO meer dividend uit dan QQQ (~0,4%), simpelweg omdat de S&P 500 meer gevestigde, winstuitkerende bedrijven bevat naast de groeiaandelen. Wie via een broker handelt die bronbelasting automatisch verrekent, merkt daar in de praktijk weinig van; bij een broker zonder verrekening loopt de "lekkage" bij QQQ vanwege het lagere dividend juist minder op dan bij VOO.
Een tweede verschil: de S&P 500 wordt vaker gebruikt als benchmark voor "de markt" in analyses en nieuwsberichten, wat de Nasdaq 100 iets minder geschikt maakt als je met één ETF de bredere Amerikaanse economie wilt volgen. Wilt u expliciet zwaarder inzetten op technologie en AI-gerelateerde groei, dan doet de Nasdaq 100 dat doelbewuster dan de S&P 500 — met het bijbehorende hogere concentratierisico, dat we in een apart artikel verder uitwerken.
Praktische keuzewijzer
- Wilt u zo breed mogelijk spreiden over de hele Amerikaanse economie? — Een S&P 500-ETF (VOO, SPY of IVV) ligt dan het meest voor de hand.
- Accepteert u meer koersschommelingen in ruil voor historisch hoger rendement en een zwaardere technologie-weging? — Een Nasdaq 100-ETF (QQQ of QQQM) past beter bij dat profiel.
- Wilt u sowieso niet te veel in technologie zitten? — Bedenk dat ook de S&P 500 zelf al voor ongeveer een derde uit technologie bestaat; volledig ontwijken kan alleen met een gerichte sector- of factor-ETF.
- Twijfelt u? — Beide combineren kan, maar besef dat de toegevoegde spreiding beperkt is door de grote overlap in de top-posities; een vaste verhouding (bijvoorbeeld 80% S&P 500, 20% Nasdaq 100) geeft een lichte tech-tilt zonder de concentratie van een pure Nasdaq 100-positie.
Visie: houdt de outperformance van de Nasdaq 100 aan?
De afgelopen jaren dankte de Nasdaq 100 zijn outperformance vrijwel volledig aan een handvol AI-gerelateerde zwaargewichten, en dat is tegelijk de kwetsbaarheid voor de komende jaren. Zolang bedrijven als NVIDIA, Microsoft en Amazon hun AI-investeringen kunnen omzetten in aantoonbare omzetgroei — zoals de recente kwartaalcijfers tonen — blijft de premie die beleggers voor deze index betalen te rechtvaardigen. Vertraagt die omzetgroei, of blijkt de omvangrijke kapitaaluitgave aan datacenters en chips minder rendabel dan gehoopt, dan raakt dat de Nasdaq 100 door zijn concentratie harder dan de bredere S&P 500. Ook het rentepad van de Federal Reserve weegt zwaarder door bij de Nasdaq 100: technologie- en groeiaandelen worden gewaardeerd op verwachte winsten die verder in de toekomst liggen, en zijn daardoor gevoeliger voor veranderingen in de rente waartegen die toekomstige winsten worden verdisconteerd. Een structureel lagere rente — waar de afkoelende inflatiecijfers van deze week op wijzen — is in dat opzicht een steun in de rug voor juist de Nasdaq 100, terwijl een onverwachte renteverhoging het omgekeerde effect zou hebben.
Wilt u een S&P 500- of Nasdaq 100-ETF kopen? Vergelijk brokers op kosten, aanbod en toegang tot de Amerikaanse markt.
Brokers vergelijkenLiever een seintje bij nieuwe gidsen en analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →
Onderdeel van ons dossier Beleggen leren →
De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.