Dollarindex doorbreekt 100 voor het eerst sinds juli: wat de sterke dollar betekent voor de internationale omzet van Microsoft en Apple

De Amerikaanse dollarindex (DXY) klom deze week voor het eerst sinds 31 juli boven de 100 punten — een zesweekshoogte, aangewakkerd door de hawkishe renteverhoging die de Federal Reserve op 16 september doorvoerde. Voor beleggers in Amerikaanse megacaps is dat meer dan een valutacuriositeit: een structureel sterkere dollar drukt rechtstreeks op de omzet die multinationals als Microsoft en Apple buiten de VS verdienen.
In het kort
- De dollarindex doorbrak deze week de grens van 100 punten, voor het eerst sinds 31 juli, en staat op een zesweekshoogte.
- De rally begon op het moment dat de Fed op 16 september de rente met 25 basispunten naar 3,75-4,00% verhoogde — de eerste hike in drie jaar.
- Een 8-10% stijging van de dollar kan volgens marktonderzoek van Credit Suisse zo'n 1% van de gezamenlijke winst van Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven wegvreten, puur door het omrekeneffect op buitenlandse omzet.
- Microsoft en Apple behalen respectievelijk circa de helft en zo'n twee derde van hun omzet buiten de VS, en meldden in hun laatste kwartaalcijfers al een tegenwind van circa 1 procentpunt door valuta-effecten.
Waarom staat de dollar plotseling boven 100?
De Federal Reserve verhoogde op 16 september de rente met 25 basispunten naar 3,75-4,00%, de eerste verhoging in drie jaar. Belangrijker dan de stap zelf was de dot plot: 16 van de 18 Fed-bestuurders zien dit jaar nog minstens één verdere verhoging, wat de markt leest als een signaal dat de rente langer hoog blijft dan eerder gedacht. Hogere Amerikaanse rentes maken dollarbeleggingen aantrekkelijker ten opzichte van andere valuta's, wat kapitaal naar de dollar trekt en de munt sterker maakt. De dollarindex, die de dollar meet tegenover een mandje van zes grote valuta's waaronder de euro, doorbrak daardoor voor het eerst sinds 31 juli weer de grens van 100 punten.
Voor Nederlandse beleggers heeft dit een direct, praktisch gevolg: een sterkere dollar betekent dat elke euro die wordt omgezet naar dollars minder Amerikaanse aandelen koopt, terwijl bestaande dollarposities in euro's juist meer waard worden. Wie zonder afdekking in Amerikaanse aandelen belegt, voelt dit effect dus los van hoe de onderliggende aandelen zelf presteren.
Wat doet een sterkere dollar met de winst van multinationals als Microsoft en Apple?
Wanneer de dollar sterker wordt, verliest elke euro, yen of pond die een Amerikaans bedrijf in het buitenland verdient bij het omrekenen naar dollars aan waarde — ook al verandert er in de lokale valuta niets aan de onderliggende verkopen. Volgens onderzoek van Credit Suisse kan een dollarstijging van 8-10% de gezamenlijke winst van Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven met ongeveer 1% drukken, puur door dit omrekeneffect. Voor bedrijven met een groot deel van hun omzet buiten de VS — zoals Microsoft en Apple — is dat geen marginale bijzaak maar een terugkerende post op elke kwartaalrapportage.
Microsoft is de grootste softwaremaker ter wereld, met Windows, Office en de Azure-cloud als belangrijkste omzetbronnen, en behaalt een aanzienlijk deel van zijn omzet buiten de Verenigde Staten.
Microsoft rapporteerde in zijn laatste kwartaalcijfers een omzet van $90,0 miljard, een stijging van 18% (17% in constante valuta) — het verschil van circa 1 procentpunt is precies het soort tegenwind dat een verder oplopende dollar de komende kwartalen kan vergroten. Bij een bedrijf van deze omvang, met Azure-klanten en licenties over de hele wereld, telt elk procentpunt valuta-tegenwind op tot miljarden dollars aan omzet die in dollartermen simpelweg verdampt, zonder dat de onderliggende vraag naar Microsofts diensten is veranderd.
Apple is 's werelds grootste techbedrijf naar beurswaarde en verkoopt de iPhone, Mac en gerelateerde diensten wereldwijd, met een groot deel van zijn omzet buiten de VS.
Apple verkoopt iPhones, Macs en diensten in nagenoeg elk land ter wereld, met een prijsstelling die doorgaans in lokale valuta wordt vastgezet voor het hele verkoopseizoen. Een sterkere dollar betekent dan óf dat Apple zijn marges ziet krimpen omdat lokale prijzen niet meteen worden aangepast, óf dat het bedrijf de lokale prijzen moet verhogen — met het risico dat Amerikaanse producten in bijvoorbeeld Europa en Japan relatief duurder worden ten opzichte van lokale concurrenten. Beide effecten zijn tegenwind voor de winstgevendheid, ook wanneer de onderliggende vraag naar Apple-producten stabiel blijft.
Visie en vooruitzichten: het is belangrijk hier onderscheid te maken tussen wat de dollar nu al heeft gedaan en wat er gebeurt als de rally doorzet. De kwartaalcijfers die Microsoft en Apple recent publiceerden, dateren van vóór de renteverhoging van 16 september en de daaropvolgende dollarrally, en laten dus nog maar een fractie zien van wat een aanhoudend sterke dollar kan betekenen. Beide bedrijven groeiden afgelopen kwartaal met dubbele cijfers ondanks een bescheiden valutategenwind — een teken dat hun onderliggende vraag sterk genoeg is om dit soort tegenwind te absorberen, maar dat wordt lastiger naarmate de dollar verder oploopt en de Fed vasthoudt aan een hawkish rentepad. Voor beleggers is de kernvraag niet óf een sterkere dollar winst kost — dat doet het vrijwel altijd bij bedrijven met veel internationale omzet — maar hoeveel, en of managementteams dat via prijsstelling, hedging of kostenbeheersing voldoende kunnen compenseren. Bedrijven met een sterker binnenlandse omzetbasis voelen dit effect per definitie minder, wat een factor is om mee te wegen naast groei en waardering.
Vergelijk Microsoft, Apple en andere Amerikaanse multinationals live op KoersRadar.
Vergelijk MSFT, AAPL en meerLiever een seintje bij nieuwe analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →
Onderdeel van ons dossier Rente & macro-economie →
De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.