ECB verhoogt rente naar verwachting naar 2,50% op 10 september: kortste hikecyclus sinds 2011 in zicht

De eurozone-inflatie versnelde in augustus naar 3,3%, tegen 2,9% in juli — vooral doordat energie 14,3% duurder werd na het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten. Opvallend genoeg daalde de kerninflatie (zonder energie en voeding) juist licht, van 2,5% naar 2,4%. Die spanning tussen een oplopend hoofdcijfer en een dalende onderliggende trend verandert weinig aan de uitkomst: de ECB wordt op 10 september vrijwel zeker geacht haar depositorente te verhogen naar 2,50%, de tweede stap dit jaar na de verhoging in juni.
In het kort
- Eurozone-inflatie augustus 3,3% (juli: 2,9%), gedreven door 14,3% hogere energieprijzen; kerninflatie daalde juist naar 2,4%.
- ECB-vergadering op 9 en 10 september: een renteverhoging naar 2,50% (van 2,25%) is door de markt vrijwel volledig ingeprijsd.
- Marktvorsers verwachten dat de ECB na september stopt met verhogen — de kortste hikecyclus sinds 2011.
- De renteverhoging valt samen met oplopende Franse begrotingsonrust, die de Franse tienjaarsrente al naar het hoogste niveau sinds 2008 heeft geduwd — een deel van het gebruikelijke steuneffect op de euro dreigt daardoor weg te vallen.
Waarom stijgt de inflatie ondanks een dalende kerninflatie?
De augustusinflatie kwam uit conform de verwachtingen van analisten, maar de opbouw ervan is veelzeggend: energie was de enige component die echt uit de pas liep, met een jaar-op-jaarstijging van 14,3% tegenover 10,3% in juli. Olie speelt daarbij een grotere rol dan tijdens de energiecrisis van 2022, toen vooral de gasprijs de inflatie opdreef. De ECB wil vermijden dat deze energieschok doorsijpelt naar de rest van de economie — via hogere transportkosten en productieprijzen — en daarmee alsnog de kerninflatie omhoogduwt die nu juist de goede kant op beweegt.
Dat verklaart ook waarom de ECB, ondanks de dalende kerninflatie, toch vasthoudt aan een renteverhoging: ECB-president Christine Lagarde waarschuwde al voor de zomer dat hernieuwde spanningen in het Midden-Oosten en de daaruit voortvloeiende olieprijsstijging een opwaarts risico vormen voor de vooruitzichten, en dat de inflatie tot in de eerste helft van 2027 ruim boven de doelstelling van 2% zal blijven. Voor een centrale bank telt vooral of een prijsschok tijdelijk is of doorsijpelt in lonen en andere prijzen — en zolang de kerninflatie daalt, is dat laatste risico voorlopig beperkt. Toch wil de ECB dat risico niet lopen zo kort voor de jaarwisseling, wat verklaart waarom een tweede verhoging alsnog waarschijnlijk is.
Betekent dit het einde van de ECB-hikecyclus?
Volgens een peiling onder marktvorsers is de verwachting dat de ECB na de stap van 10 september stopt met verder verhogen — wat deze cyclus, gerekend vanaf de eerste verhoging, tot de kortste sinds 2011 zou maken. Dat scenario hangt sterk af van de olieprijs: koelt het conflict in het Midden-Oosten af en zakt energie weer terug, dan kan de ECB de rente op 2,50% laten staan. Blijft de energieprijs hoog, dan is een extra stap dit jaar niet uitgesloten, ook al zou dat de toch al zwakke eurozone-groei verder afremmen.
Voor de euro is een renteverhoging op zichzelf doorgaans ondersteunend, omdat een hogere rente buitenlands kapitaal aantrekt. Dat effect wordt dit keer echter gedeeltelijk tenietgedaan door de Franse begrotingsonrust, die de risicopremie op Franse staatsobligaties opdrijft en zo een deel van de aantrekkingskracht van de eurozone als geheel ondermijnt — de Franse tienjaarsrente klom deze week al naar het hoogste niveau sinds 2008. Voor beleggers in eurozone-aandelen is de ECB-vergadering dit keer dan ook geen geïsoleerde gebeurtenis, maar één knooppunt in een breder web van rente-, energie- en begrotingsrisico's dat allemaal tegelijk speelt.
De ECB stelt de rente vast voor de twintig eurolanden; de depositorente is het tarief waartegen banken hun overtollige geld bij de ECB stallen en fungeert als belangrijkste stuurmiddel voor de rente in de hele economie.
Nederlandse beleggers merken een ECB-renteverhoging vooral indirect: via een hogere hypotheekrente en een iets aantrekkelijker rendement op spaargeld, terwijl Europese obligatie-ETF's bij zo'n stap doorgaans tijdelijk in koers dalen.
Visie en vooruitzichten: de ECB bevindt zich in een lastig parket — een energieschok die buiten haar macht ligt, dwingt haar tot een verhoging op een moment dat de onderliggende inflatiedruk juist afneemt en de Franse begrotingsonrust de rente op staatsobligaties al opjaagt. Blijft de kerninflatie dalen terwijl de energieprijs stabiliseert, dan kan 10 september goed de laatste verhoging van deze cyclus zijn, wat vooral rentegevoelige sectoren als vastgoed en langlopende groeiaandelen zou opluchten. Escaleert het Midden-Oosten-conflict verder of blijft de energieprijs hangen op het huidige niveau, dan moet de ECB kiezen tussen een extra verhoging — met het risico de toch al zwakke groei in landen als Frankrijk en Duitsland verder te drukken — of het accepteren van inflatie die langer boven doel blijft dan haar eigen prognose voorziet. Voor beleggers in Europese aandelen is de energieprijs daarmee minstens zo bepalend voor het rentepad geworden als de ECB-vergadering zelf.
Volg de ECB, de eurozone-rente en de Europese beurzen live op KoersRadar.
Naar de Europese marktLiever een seintje bij nieuwe analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →
De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.