Terug naar Amerikaanse aandelen Macro

Producentenprijzen VS september +1,3%: waarom de 10-jaarsrente toch zakte en defensieve aandelen opleefden

Analyse door KoersRadar · Gepubliceerd · ~5 min lezen
Producentenprijzen VS +1,3%: waarom de rente toch daalt | KoersRadar

De Amerikaanse producentenprijzen stegen in september met 1,3% ten opzichte van augustus, meer dan het dubbele van de verwachte 0,6%, een dag nadat de consumentenprijzen al hoger uitkwamen. Toch zakte de 10-jaarsrente donderdag 15 oktober met zo'n 12 basispunten naar circa 5,07%, en sloot de Dow 1,1% hoger. De markt las de cijfers dus niet als nieuwe renteschok, maar bekeek vooral wat er onder het hoofdcijfer zat.

In het kort

Wat zegt de PPI van september over de inflatie?

De producentenprijsindex meet wat bedrijven ontvangen voor hun goederen en diensten en loopt doorgaans voor op de consumentenprijzen. De september-uitkomst van +1,3% op maandbasis is vooral energie: een record-sprong in brandstofprijzen drijft het hoofdcijfer. Maar ook de kernmeting zonder voedsel en energie kwam met +0,7% ruim boven de verwachte 0,3% uit, en dat is wat de Fed zwaarder weegt. Een deel van de kostenstijging zal dus via de keten bij de consument belanden, en de CPI van 14 oktober (3,7%) liet al zien dat die richting opgaat.

PPI m/m: +1,3%
Verwacht: +0,6%
10-jaarsrente: ~5,07%
Fed-vergadering: 27-28 okt

Waarom daalde de rente na zo'n hoge inflatiemeting?

Hoge inflatie en dalende rente lijken tegenstrijdig, maar de dag zat anders in elkaar. De detailhandelscijfers waren minder sterk dan ze lijken (de benzinepomp deed het werk), wat wijst op druk op de koopkracht in plaats van op een oververhitte vraag. Tegelijk zorgden de zorgen over de financiering van AI-investeringen voor vlucht uit risicovolle sectoren naar staatsobligaties. Of dat laatste de hoofdverklaring is, is een interpretatie: de beschikbare marktberichten noemen beide factoren en leggen het gewicht verschillend. Zeker is dat beleggers de dag gebruikten om te rouleren naar defensieve aandelen; onder meer consumentenstaples deden het beter dan de techsector.

Welke defensieve aandelen profiteren van de rotatie?

Consumentenstaples als Procter & Gamble en Coca-Cola verkopen producten waarvan de vraag weinig meebeweegt met de conjunctuur. Coca-Cola haalde in het kwartaal tot 3 april 2026 een omzet van $12,5 miljard (+12,1%) en een nettomarge van 31,5%; Procter & Gamble kwam over het kwartaal tot 30 juni 2026 uit op $21,2 miljard omzet (+1,5%) bij een lagere nettowinst. Voor deze bedrijven is een hoge PPI ook een risico: de inkoopkosten van grondstoffen, verpakking en transport stijgen eerder dan ze de consument kunnen laten betalen.

Visie en vooruitzichten

De markt prijst nu twee verhalen tegelijk in: stijgende kosten voor bedrijven en een Fed die waarschijnlijk niet meer hoeft te doen dan één verhoging. Gaat de energieprijsstijging over in de consumentenprijzen, dan wordt de 3,7% van de CPI geen piek maar een plateau, en dan valt de rentedaling van donderdag terug op een vluchtbeweging in plaats van een koerswijziging. Belangrijk zijn de komende weken drie dingen: de Fed-vergadering van 27-28 oktober, de marges in de eerste cijfers van consumentenbedrijven, en de vraag of de financieringsdruk rond AI doorzet. Een lagere rente helpt waarderingen, maar hogere inputkosten drukken de winst: dat spanningsveld bepaalt het beeld van het vierde kwartaal.

Vergelijk Procter & Gamble, Coca-Cola en PepsiCo live op KoersRadar.

Vergelijk PG, KO en PEP

Liever een seintje bij nieuwe analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →

Elke week de markten helder samengevat
Gratis in je inbox. Geen spam, uitschrijven kan altijd.

De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.