Olie naar $115 en tienjaarsrente terug op 5%: Dow verliest 653 punten vlak voor de Fed-vergadering

Wall Street sloot de week vrijdag in mineur af: de Dow Jones verloor 652,82 punten (1,23%) en eindigde op 52.215, de S&P 500 zakte 0,52% naar 7.623,68 en de Nasdaq gaf 0,21% prijs. Het is de tweede wekelijkse verliesweek op rij voor de S&P 500. De aanleiding was een combinatie waar beleggers sinds begin oktober steeds opnieuw tegenaan lopen: een stijgende olieprijs door spanningen tussen de VS en Iran, een tienjaarsrente die terug is op 5,00% en een Fed die volgende week bijeenkomt met een renteverhoging in december nadrukkelijk op de agenda.
Waarom daalden Amerikaanse aandelen vrijdag?
Vrijdag daalden Amerikaanse aandelen vooral doordat de olieprijs op een nieuw 15-maandshoogtepunt kwam en de rente tegelijk opliep. Brent noteerde rond $115 per vat en de Amerikaanse WTI steeg 3,8% naar $103,27, terwijl de spanningen tussen de VS en Iran toenamen. Energieaandelen leidden de winnaars in de S&P 500, terwijl banken en de AI- en technamen die de afgelopen dagen al hard waren verkocht onder druk bleven.
Tussen de individuele namen viel vooral American Express op, dat 3,7% verloor ondanks cijfers boven verwachting, nadat het bedrijf de eerste grote banenreductie in ongeveer tien jaar aankondigde. Ook JPMorgan (JPM) zakte 1,5%. Het beeld is er een van brede risicovermindering in plaats van één enkele schok.
Wat betekent een tienjaarsrente van 5% voor aandelen?
Een tienjaarsrente van 5% maakt staatsobligaties een serieus alternatief voor aandelen en drukt de waarde van winsten die ver in de toekomst liggen. De rente dook eerder deze week even onder de 5% toen beleggers uit techaandelen vluchtten naar staatsobligaties, maar vrijdag kwam zij weer terug op 5,00%, met de tweejaarsrente op 4,69% en de dertigjaarsrente op 5,33%. Een zwakke aandelenmarkt en een stijgende rente tegelijk is precies de combinatie die wijst op inflatiezorgen, niet op groeivrees.
Die inflatiezorg is niet ingebeeld. De consumentenprijzen stegen in september met een jaartempo van 3,7%, en de kerninflatie volgens de PCE-index blijft al drie maanden steken op 3%. Met olie op $115 komt er een nieuwe energie-impuls bij die pas in de cijfers van oktober en november zichtbaar wordt. Dat is het grote verschil met een gewone risk-off-dag: obligaties bieden nu geen schuilplaats, omdat het inflatieverhaal zelf de reden is voor de rentestijging.
Wat verwacht de markt van de Fed volgende week?
De Federal Reserve vergadert op 27 en 28 oktober, en de markt rekent op ongewijzigd beleid. De werkelijke spanning zit in de woorden: beleggers leunen sterk naar een renteverhoging in december en zoeken in de verklaring en de persconferentie naar bevestiging of een afwijzing daarvan. Een Fed die de deur voor december openhoudt terwijl de olieprijs verder oploopt, zou de rente richting de bovenkant van het recente bereik kunnen duwen; een Fed die de energieprik als tijdelijk bestempelt, geeft obligatiebeleggers juist lucht.
Visie en vooruitzichten: de energieprik is het scharnierpunt
De kern van de komende weken is of de olieprijs een eenmalige schok is of een nieuw prijsniveau. Zolang Brent boven $110 blijft hangen, werkt dat door in transportkosten, kunstmest en plastics, en uiteindelijk in de kerninflatie die de Fed het meest zorgen baart. Tegelijk slaat het hogere renteniveau twee kanten op: financiële bedrijven profiteren van een steilere rentecurve, maar de banenreductie bij American Express laat zien dat ook winstgevende bedrijven de kosten gaan beheersen voordat de consument verslapt. Het spanningsveld voor het resterende deel van het cijferseizoen is dus helder: sterke winsten worden niet meer automatisch beloond, omdat de discontovoet waartegen ze worden gewaardeerd opnieuw is gestegen.
Voor de uitvoering van bedrijven betekent dit dat prijszettingsmacht het belangrijkste onderscheid wordt. Bedrijven die hogere energiekosten kunnen doorberekenen, houden hun marge op peil; bedrijven met zware investeringsprogramma's die op schuld worden gefinancierd, voelen de 5% direct in hun kapitaallasten. Dat laatste verklaart waarom de AI-keten, waar de investeringen het grootst zijn, de gevoeligste hoek van de markt is gebleven. Een daling van de olieprijs, een tegenvallende arbeidsmarkt of een voorzichtige Fed-toon zijn de drie gebeurtenissen die dit beeld snel kunnen keren; de kans dat alle drie tegelijk optreden is klein.
Wie de ontwikkelingen wil volgen, kan de komende week letten op de Fed-verklaring van woensdag, de kwartaalcijfers van de grote techbedrijven en de eerstvolgende inflatiecijfers. Voor wie via een Nederlandse broker Amerikaanse aandelen volgt: de koersen zijn in dollars genoteerd, dus ook de dollarkoers werkt mee in de uitkomst.
Vergelijk de banken JPMorgan en American Express naast elkaar op KoersRadar.
Vergelijk JPM, AXP en BACLiever een seintje bij nieuwe analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →
Onderdeel van ons dossier Rente & macro →
De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.