Europese industrie groeit hardst sinds 2022, maar het orderboek loopt leeg: wat betekent dit voor Siemens en Schneider Electric?

De S&P Global eurozone-industrie-PMI steeg in juli naar 51,9 punten, en de productie van Europese fabrieken groeide zo hard als sinds maart 2022 niet meer. Op het eerste gezicht goed nieuws voor een sector die al jaren worstelt. Maar onder de motorkap zit een ongemakkelijke waarheid: fabrieken draaien vooral oude orders af, terwijl er nauwelijks nieuwe bijkomen en de exportvraag opnieuw daalde. Voor exportafhankelijke industriegiganten als Siemens en Schneider Electric is dat een waarschuwing om in de gaten te houden.
In het kort
- De S&P Global eurozone-industrie-PMI steeg in juli naar 51,9 (van 51,4 in juni), met een productie-index van 52,9 — de sterkste stijging van de fabrieksproductie sinds maart 2022.
- Duitsland trok de kar: de Duitse industrie-PMI steeg van 50,3 naar 52,2, het hoogste niveau in maanden, gedreven door aantrekkende exportvraag volgens de eerste ramingen.
- Toch daalden de nieuwe exportorders voor de eurozone als geheel opnieuw, en groeiden binnenlandse orders slechts marginaal — de productiegroei kwam vooral uit het wegwerken van bestaande orderboeken.
- Die orderboeken slonken voor de derde maand op rij, met de sterkste afname sinds januari — een signaal dat de huidige productiegroei op termijn niet vanzelf aanhoudt.
Wat zit er achter de sterkste industriegroei sinds 2022?
Vooral het wegwerken van achterstallig werk, niet nieuwe vraag. Volgens de toelichting bij de S&P Global-cijfers werd de productiestijging in juli gedragen door het afronden van opgebouwde orderachterstanden en slechts een bescheiden toename van nieuwe zaken. Fabrieken hadden na eerdere verstoringen — leveringsproblemen, materiaaltekorten, aarzelende klanten — een stuwmeer aan onafgemaakte orders liggen, en dat werken ze nu versneld af. Dat verklaart waarom de productie-index (52,9) sterker steeg dan de brede orderindex: bedrijven produceren wat al besteld was, niet wat er nu bijkomt. Duitsland liep voorop in dat herstel, met de industrie-PMI die van 50,3 naar 52,2 sprong — het beste cijfer in maanden — terwijl de samengestelde index (inclusief diensten) naar 51,2 klom, het hoogste niveau in vier maanden.
Wat betekent dit voor Duitse en Franse exporteurs als Siemens en Schneider Electric?
Voor exportafhankelijke industriebedrijven is het een tweeledig signaal. Aan de ene kant is de versnelde afhandeling van orderachterstanden goed voor de omzet op korte termijn — het verklaart mede waarom Siemens, actief in automatisering, digitale fabrieksoplossingen en infrastructuur, kon profiteren van de aantrekkende Duitse productie. Aan de andere kant is de aanhoudende daling van nieuwe exportorders een tegenwind die zich vertraagd laat voelen: als de orderboeken leeglopen zonder dat er voldoende nieuwe orders bijkomen, kan de productiegroei van dit kwartaal een tijdelijke opleving blijken in plaats van een trendbreuk. Dat risico geldt ook voor Schneider Electric, het Franse concern dat met energiebeheer- en automatiseringsoplossingen sterk leunt op industriële investeringen wereldwijd. Niet elk segment beweegt overigens hetzelfde: waar de brede PMI-orders verzwakken, meldde het Duitse Siemens Energy — een apart beursgenoteerd onderdeel, gericht op energie-infrastructuur — deze zomer juist een recordorderportefeuille van ruim €160 miljard, vooral dankzij de vraag naar stroomnetten en gasturbines voor AI-datacenters. Dat laat zien dat de zwakte in de brede PMI-cijfers vooral klassieke maakindustrie raakt, en minder de segmenten die profiteren van de energietransitie.
Een bijkomende complicatie voor exporteurs is de euro zelf: de EUR/USD-koers klom deze week naar zo'n 1,155 dollar, het hoogste niveau sinds 16 juni, deels gedreven door optimisme over een mogelijk einde aan het conflict tussen de VS en Iran. Een sterkere euro maakt Europese machines, software en industriële uitrusting relatief duurder voor kopers buiten de eurozone — precies op het moment dat de exportorders al onder druk staan. Voor bedrijven als Siemens en Schneider Electric, die een substantieel deel van hun omzet buiten Europa realiseren, komt dat boven op de zwakke onderliggende vraag.
Visie en vooruitzichten: de kern van het verhaal is een kloof tussen wat fabrieken nu produceren en wat klanten nu bestellen. Zolang bedrijven nog oude orders kunnen wegwerken, blijft de productiegroei overeind — maar die voorraad aan achterstallig werk is eindig, en drie opeenvolgende maanden van krimpende orderboeken duiden erop dat de voorraad slinkt. Voor de ECB is dat relevant omdat een haperende industrie het groeibeeld voor de tweede jaarhelft drukt, terwijl de energie-inflatie tegelijk nog altijd verhoogd is — een lastige combinatie voor het rentebeleid. Voor beleggers in Europese industriële exporteurs is de vraag niet of het huidige productieniveau standhoudt, maar of de nieuwe orders op tijd aantrekken om de leegloop van de orderboeken te compenseren, zeker nu een sterkere euro de concurrentiepositie van Europese producenten in de tussentijd niet gemakkelijker maakt.
Siemens en Schneider Electric zijn, net als de meeste Europese large caps, gewoon verhandelbaar via de standaard aandelenmodule van Nederlandse brokers.
Vergelijk de actuele koersen van Europese aandelen op de Europese markt van KoersRadar.
Naar de Europese marktLiever een seintje bij nieuwe analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →
Onderdeel van onze Europese markt →
De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.