Direct naar de podcast!
Beleggen leren Begrippen

Begrippenlijst: beleggingstermen in gewone taal

Wat is een basispunt, wat zegt de K/W en wat valt er onder de TER? Hier staan 71 begrippen die je op KoersRadar en in het beursnieuws tegenkomt, elk in een paar zinnen uitgelegd. Waar we er een uitgebreider artikel over hebben, linken we ernaar.

Dit begrip staat er nog niet in. Mis je iets? Mail het naar info@koersradar.nl, dan voegen we het toe.

A

Aandeel

Een bewijs van mede-eigendom van een bedrijf. Wie een aandeel heeft, deelt mee in de winst (vaak via dividend) en meestal in de zeggenschap via stemrecht op de aandeelhoudersvergadering. De koers op de beurs wordt bepaald door vraag en aanbod en kan zowel stijgen als dalen.

Hoe beleggen in Amerikaanse aandelen werkt

Aandeleninkoop (buyback)

Een bedrijf koopt zijn eigen aandelen terug op de beurs. Daardoor zijn er minder aandelen in omloop en stijgt de winst per aandeel, ook als de totale winst gelijk blijft. Het is een manier om geld aan aandeelhouders terug te geven, naast dividend.

Aandeleninkoop uitgelegd

Accumulerend fonds

Een fonds of ETF dat ontvangen dividend niet uitkeert maar direct weer belegt. De waarde van je deelneming groeit daardoor, zonder dat je zelf iets hoeft te doen. Het tegenovergestelde is een uitkerend fonds.

UCITS-ETF's uitgelegd

AEX

De hoofdindex van de Amsterdamse beurs (Euronext Amsterdam), met de 25 grootste en meest verhandelde Nederlandse beursfondsen. Grote namen zoals ASML en Shell wegen zwaar mee, maar hun gewicht is begrensd.

De AEX uitgelegd

Analistenverwachting (consensus)

Het gemiddelde van wat analisten van banken en onderzoeksbureaus verwachten voor bijvoorbeeld de omzet of winst van een bedrijf. Bij kwartaalcijfers wordt de uitkomst daartegen afgezet: een 'beat' is beter dan verwacht, een 'miss' slechter. De koers reageert vaak meer op dat verschil dan op het cijfer zelf.

Kwartaalcijfers lezen

B

Basispunt (bp, bps)

Een honderdste procentpunt. Stijgt de rente van 3,00% naar 3,25%, dan is dat 25 basispunten. Bij rente en renteverschillen gebruiken beleggers basispunten omdat 'procent' verwarrend is: een stijging 'van 1%' kan ook 1% van de rente zelf betekenen.

Bekijk de rentecurves

Bbp (bruto binnenlands product)

De totale waarde van alle goederen en diensten die een land in een periode produceert. De groei van het bbp is de belangrijkste maatstaf voor hoe de economie ervoor staat. Twee kwartalen krimp op rij wordt vaak een technische recessie genoemd.

Bbp-groei per land op de rentepagina

Beleggingshorizon

De periode waarin je het belegde geld naar verwachting niet nodig hebt. Hoe langer die periode, hoe meer tijd er is om tussentijdse koersdalingen te laten herstellen. Geld dat je binnen een paar jaar nodig hebt, staat daardoor meestal niet volledig in aandelen.

Beleggingshorizon uitgelegd

Berenmarkt (bear market)

Een periode waarin de koersen flink en langdurig dalen. Als vuistregel spreekt men van een berenmarkt bij een daling van 20% of meer vanaf de laatste top. Het tegenovergestelde is een stierenmarkt.

Bied- en laatkoers (bid-ask spread)

De biedkoers is de hoogste prijs die een koper op dat moment wil betalen, de laatkoers de laagste prijs waarvoor een verkoper wil verkopen. Het verschil heet de spread. Bij veel verhandelde aandelen is die klein; bij kleine aandelen of buiten beursuren kan hij flink oplopen en betaal je ongemerkt meer.

Een order plaatsen

Box 3

Het deel van de Nederlandse inkomstenbelasting dat gaat over sparen en beleggen. De Belastingdienst belast niet je werkelijke koerswinst maar een rendement dat volgens vaste regels wordt berekend over je vermogen op 1 januari. De regels veranderen de komende jaren.

Reken het na met de Belastingscan

Bronbelasting

Belasting die het land van het bedrijf al inhoudt op het dividend voordat het bij jou binnenkomt. Op Amerikaanse dividenden is dat voor Nederlanders meestal 15%, die je onder voorwaarden kunt verrekenen met je Nederlandse belasting.

Dividendlekkage en bronbelasting

C

Correctie (beurscorrectie)

Een koersdaling van ongeveer 10% tot 20% vanaf een recente top. Correcties komen regelmatig voor, ook in jaren waarin de beurs per saldo stijgt. Zakt de markt verder dan 20%, dan spreekt men van een berenmarkt.

Een beurscorrectie doorstaan

Cyclische aandelen

Aandelen van bedrijven waarvan omzet en winst sterk meebewegen met de economie, zoals autofabrikanten, chemie, staal en reisbedrijven. In een groeiende economie doen ze het vaak goed, in een afkoelende economie dalen ze vaak harder dan gemiddeld.

Cyclisch versus defensief

D

Defensieve aandelen

Aandelen van bedrijven waarvan de vraag ook in slechte tijden redelijk stabiel blijft, zoals nutsbedrijven, voeding, verzorgingsproducten en zorg. Ze dalen in een zwakke economie vaak minder hard, maar stijgen in een sterke markt ook vaak minder mee.

Cyclisch versus defensief

Diversificatie (spreiding)

Je geld verdelen over verschillende beleggingen, sectoren, regio's of beleggingssoorten, zodat een tegenvaller bij één ervan niet je hele vermogen raakt. Spreiding haalt het risico niet weg, maar maakt de uitkomst minder afhankelijk van één bedrijf of thema.

Diversifiëren over sectoren

Dividend

Het deel van de winst dat een bedrijf in geld (of soms in aandelen) uitkeert aan zijn aandeelhouders. Amerikaanse bedrijven betalen meestal per kwartaal, veel Europese bedrijven één of twee keer per jaar. Een bedrijf is niet verplicht dividend te betalen en kan het ook verlagen of schrappen.

Dividendaandelen uitgelegd

Dividendbelasting

Belasting die wordt ingehouden op uitgekeerd dividend. Voor Nederlandse bedrijven is dat 15%. Bij buitenlandse aandelen heet het meestal bronbelasting en hangt het tarief af van het land en van belastingverdragen.

Dividendbelasting op Europese aandelen

Dividendrendement

Het dividend per jaar gedeeld door de huidige koers, in procenten. Een aandeel van €50 dat €2 per jaar uitkeert, heeft een dividendrendement van 4%. Een hoog dividendrendement kan ook betekenen dat de koers hard is gedaald omdat beleggers twijfelen of het dividend houdbaar is.

Dividendaandelen uitgelegd

E

EBITDA

Winst vóór rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie. Het laat zien wat de bedrijfsactiviteiten opleveren, los van hoe een bedrijf gefinancierd is en hoeveel het afschrijft. Handig om bedrijven te vergelijken, maar het is geen kasstroom: investeringen en rentelasten tellen niet mee.

Waarderingsmaatstaven voorbij de K/W

ECB (Europese Centrale Bank)

De centrale bank van de eurozone, gevestigd in Frankfurt. De ECB bepaalt de rente voor de euro en heeft als hoofddoel prijsstabiliteit: inflatie rond 2% op middellange termijn. Ze besluit ongeveer elke zes weken over de rente.

Komende rentebesluiten

ETF (indextracker)

Een beleggingsfonds dat op de beurs wordt verhandeld zoals een aandeel. De meeste ETF's volgen een index, zoals de S&P 500 of de AEX, en hebben lage kosten. Met één aankoop beleg je zo in tientallen of honderden bedrijven tegelijk.

ETF of losse aandelen?

EV/EBITDA

Een waarderingsmaatstaf die de ondernemingswaarde (beurswaarde plus netto schuld) deelt door de EBITDA. Doordat schulden meetellen, is hij eerlijker dan de K/W als je bedrijven met veel en weinig schuld vergelijkt.

Waarderingsmaatstaven voorbij de K/W

Ex-dividenddatum

De eerste handelsdag waarop een aandeel zonder recht op het eerstvolgende dividend wordt verhandeld. Wie het aandeel vóór die datum heeft, krijgt het dividend. Op de ex-dividenddatum daalt de koers doorgaans ongeveer met het bedrag van het dividend.

De ex-dividenddatum uitgelegd

F

Fed (Federal Reserve)

Het stelsel van centrale banken van de Verenigde Staten. Het rentecomité van de Fed, het FOMC, vergadert acht keer per jaar en heeft twee doelen: stabiele prijzen en maximale werkgelegenheid. Omdat de dollar de wereldmunt is, raken Fed-besluiten markten wereldwijd.

Komende rentebesluiten

Fractioneel aandeel

Een stukje van een aandeel. Sommige brokers laten je bijvoorbeeld voor €50 een deel van een aandeel van €500 kopen. Zo kun je met kleine bedragen spreiden, maar let op de voorwaarden: niet elke broker biedt het en stemrecht ontbreekt soms.

Fractionele aandelen uitgelegd

G

Geïnverteerde rentecurve

Een rentecurve waarbij de korte rente hoger ligt dan de lange rente. Dat is ongebruikelijk en wordt vaak genoemd als signaal dat de markt op termijn een afkoelende economie of lagere rentes inprijst. Het is een historisch patroon, geen voorspelling.

Bekijk de rentecurves

Groeiaandelen

Aandelen van bedrijven waarvan beleggers een bovengemiddelde groei van omzet en winst verwachten, zoals veel technologiebedrijven. Ze hebben vaak een hoge waardering, omdat een groot deel van de verwachte winst ver in de toekomst ligt. Daardoor zijn ze gevoelig voor stijgende rente.

Rotatie van groei naar waarde

Guidance (vooruitzicht)

De verwachting die een bedrijf zelf afgeeft voor de komende periode, bijvoorbeeld een bandbreedte voor de omzet van het volgende kwartaal. Een verlaagde of verhoogde guidance beweegt de koers vaak sterker dan de cijfers over het afgelopen kwartaal.

Kwartaalcijfers lezen

H

Hefboom (leverage)

Beleggen met geleend geld of met producten die koersbewegingen versterken, zoals turbo's of beleggen op marge. Een hefboom vergroot zowel winst als verlies; je kunt zo meer verliezen dan je inleg, of snel je hele inleg kwijtraken.

Beleggen met een hefboom

Herbalanceren

Je portefeuille terugbrengen naar de verdeling die je oorspronkelijk had gekozen, bijvoorbeeld 70% aandelen en 30% obligaties. Na een sterke beursperiode betekent dat een deel van de winnaars verkopen en bijkopen wat achterbleef.

Portefeuille herbalanceren

I

Index (beursindex)

Een getal dat de koersontwikkeling van een groep aandelen samenvat, zoals de AEX, de S&P 500 of de STOXX Europe 600. Meestal tellen grote bedrijven zwaarder mee dan kleine. Een index kun je niet zelf kopen, wel een fonds of ETF dat hem volgt.

De STOXX 600 uitgelegd

Indexfonds (passief beleggen)

Een fonds dat een index zo nauwkeurig mogelijk volgt, zonder te proberen die te verslaan. Omdat er geen analisten nodig zijn om aandelen te kiezen, zijn de kosten laag. Dit wordt ook passief beleggen genoemd, tegenover actief beheer.

Indexfondsen of losse aandelen?

Inflatie

De stijging van het algemene prijsniveau, meestal gemeten als de prijsstijging ten opzichte van een jaar eerder. In de VS heet de bekendste maatstaf CPI, in de eurozone HICP. Centrale banken streven naar ongeveer 2%; hogere inflatie is vaak een reden om de rente te verhogen.

Inflatie per land op de rentepagina

K

Kerninflatie

Inflatie zonder de prijzen van energie en voedsel, die sterk kunnen schommelen. Centrale banken letten er extra op, omdat kerninflatie beter laat zien of prijsstijgingen breed en hardnekkig zijn.

Koers-winstverhouding (K/W)

De koers van een aandeel gedeeld door de winst per aandeel. Een K/W van 20 betekent dat je €20 betaalt voor elke euro jaarwinst. Een lage K/W betekent niet automatisch dat een aandeel goedkoop is: vaak verwacht de markt dan dalende winsten. Vergelijk daarom bij voorkeur binnen dezelfde sector.

De K/W uitgelegd

Koersdoel

De koers die een analist voor een aandeel verwacht, meestal over twaalf maanden. Koersdoelen lopen sterk uiteen en worden vaak bijgesteld nadat de koers al is bewogen. KoersRadar geeft zelf geen koersdoelen.

Waarom we geen koersdoelen geven

Kredietrating

Een oordeel van een ratingbureau zoals S&P, Moody's of Fitch over hoe waarschijnlijk het is dat een land of bedrijf zijn schulden terugbetaalt. AAA is de hoogste score. Een verlaging kan de rente die een land of bedrijf moet betalen doen stijgen.

Ratings per land op de rentepagina

Kwartaalcijfers

De financiële resultaten die beursgenoteerde bedrijven elk kwartaal publiceren: onder meer omzet, winst en vaak een vooruitzicht. Amerikaanse bedrijven zijn hiertoe verplicht, veel Europese bedrijven rapporteren alleen per halfjaar uitgebreid.

Kwartaalcijfers lezen

L

Limietorder

Een order met een prijsgrens: je koopt niet boven of verkoopt niet onder de koers die je opgeeft. Zo weet je zeker welke prijs je maximaal betaalt, maar wordt de order niet uitgevoerd als de koers je grens niet bereikt.

Marktorder of limietorder?

M

Marktkapitalisatie (beurswaarde)

De koers van een aandeel maal het aantal uitstaande aandelen: wat het hele bedrijf op de beurs waard is. Op basis hiervan worden bedrijven ingedeeld in large caps, mid caps en small caps.

Marktkapitalisatie uitgelegd

Marktorder

Een order om direct te kopen of verkopen tegen de best beschikbare prijs. Hij wordt vrijwel altijd uitgevoerd, maar je weet vooraf niet precies tegen welke koers. Bij weinig verhandelde aandelen of een onrustige markt kan dat duurder uitpakken dan je dacht.

Marktorder of limietorder?

N

Nasdaq-100

Een index met de honderd grootste niet-financiële bedrijven op de Amerikaanse Nasdaq-beurs. Technologiebedrijven wegen er zwaar in mee, waardoor de index vaak sterker beweegt dan de bredere S&P 500.

S&P 500 of Nasdaq 100?

Nettomarge

De nettowinst gedeeld door de omzet, in procenten. Een nettomarge van 10% betekent dat er van elke euro omzet tien cent winst overblijft na alle kosten, rente en belastingen. Marges verschillen sterk per sector; een supermarkt draait op lage marges, een softwarebedrijf vaak op hoge.

O

Obligatie

Een lening aan een overheid of bedrijf die je kunt kopen en verkopen. Je ontvangt meestal een vaste rente (coupon) en aan het eind van de looptijd je inleg terug. Stijgt de marktrente, dan daalt de koers van bestaande obligaties, en omgekeerd.

Aandelen of staatsobligaties?

Opties (call en put)

Een optie geeft het recht, niet de plicht, om een aandeel tegen een vaste prijs te kopen (call) of te verkopen (put) tot een bepaalde datum. Opties worden gebruikt om te speculeren of om een portefeuille af te dekken. Ze kunnen hun hele waarde verliezen.

Calls en puts uitgelegd

P

Periodiek beleggen

Op vaste momenten een vast bedrag beleggen, bijvoorbeeld elke maand €200, ongeacht de koers. Je koopt zo automatisch meer stukken als de koers laag is en minder als hij hoog is, en je hoeft niet te kiezen wanneer je instapt.

Periodiek beleggen uitgelegd

PMI (inkoopmanagersindex)

Een maandelijkse enquête onder inkoopmanagers van bedrijven over orders, productie en werkgelegenheid. Een stand boven 50 wijst op groei, onder 50 op krimp. Omdat de PMI snel verschijnt, is hij een vroeg signaal voor hoe de economie ervoor staat.

R

Recessie

Een periode waarin de economie krimpt. Een veelgebruikte vuistregel is twee kwartalen op rij een dalend bbp. In de VS stelt een commissie van economen achteraf vast wanneer een recessie begon en eindigde, op basis van meer dan alleen het bbp.

REIT (vastgoedfonds)

Een beursgenoteerd bedrijf dat vastgoed bezit en verhuurt, zoals winkels, kantoren, woningen of datacenters. REIT's moeten het grootste deel van hun winst uitkeren als dividend en zijn daardoor gevoelig voor de rente.

REIT's uitgelegd

Rendement op eigen vermogen (ROE)

De nettowinst gedeeld door het eigen vermogen, in procenten. Het laat zien hoeveel winst een bedrijf maakt met het geld van zijn aandeelhouders. Een hoge ROE kan wijzen op een sterk bedrijf, maar ook op veel schulden, want die verkleinen het eigen vermogen.

Rentebesluit

Het moment waarop een centrale bank bekendmaakt of ze haar beleidsrente verhoogt, verlaagt of gelijk laat. Beleggers letten minstens zo scherp op de toelichting en de signalen over volgende besluiten als op het besluit zelf.

Komende rentebesluiten

Rentecurve

Een grafiek die de rente op staatsobligaties van één land afzet tegen de looptijd, van een paar maanden tot dertig jaar. Normaal loopt de curve op: wie langer uitleent, vraagt meer rente. De vorm van de curve zegt iets over wat beleggers verwachten van rente, inflatie en groei.

Bekijk de rentecurves

Renteverschil (spread)

Het verschil in rente tussen twee obligaties met dezelfde looptijd, meestal uitgedrukt in basispunten. In Europa wordt vaak vergeleken met de Duitse staatslening (de Bund). Een groter verschil betekent dat beleggers meer rente vragen voor het risico van dat land.

Vergelijk landen op de rentepagina

S

S&P 500

De bekendste Amerikaanse aandelenindex, met ongeveer vijfhonderd grote beursgenoteerde bedrijven uit de VS. Grote bedrijven wegen zwaarder mee, waardoor een handvol techreuzen een flink deel van de index uitmaakt.

S&P 500 of Nasdaq 100?

Short gaan

Speculeren op een koersdaling: je verkoopt geleende aandelen in de hoop ze later goedkoper terug te kopen. Stijgt de koers juist, dan loopt het verlies in principe onbeperkt op. Een grote shortpositie in een aandeel betekent dat veel beleggers op een daling rekenen.

Small caps en mid caps

Aandelen van kleinere (small cap) en middelgrote (mid cap) beursgenoteerde bedrijven. Ze kunnen harder groeien dan grote bedrijven, maar hun koersen schommelen vaak meer en er wordt minder in gehandeld.

Europese small en mid caps

Staatsobligatie

Een obligatie uitgegeven door een overheid. De Duitse heet een Bund, de Amerikaanse een Treasury, de Franse een OAT. De rente op de tienjarige staatsobligatie geldt vaak als ijkpunt voor de rente in een land, bijvoorbeeld voor hypotheken.

Rente op staatsobligaties per land

Stierenmarkt (bull market)

Een periode waarin de koersen langdurig stijgen. Als vuistregel spreekt men van een stierenmarkt na een stijging van 20% of meer vanaf een dieptepunt. Het tegenovergestelde is een berenmarkt.

Stop-loss order

Een order die automatisch verkoopt zodra de koers onder een grens zakt die je zelf instelt. Zo beperk je mogelijk een verlies. Bij een plotselinge koersval kan de verkoop wel ver onder je grens worden uitgevoerd.

De stop-loss order uitgelegd

STOXX Europe 600

Een brede Europese aandelenindex met zeshonderd grote, middelgrote en kleinere bedrijven uit zeventien Europese landen, waaronder het VK en Zwitserland. Hij wordt vaak gebruikt als graadmeter voor 'de Europese beurs'.

De STOXX 600 uitgelegd

T

TER (lopende kosten)

De Total Expense Ratio: de jaarlijkse kosten van een fonds of ETF als percentage van je belegde vermogen. Ze worden ongemerkt van het fondsvermogen afgehaald. Transactiekosten binnen het fonds en de kosten van je broker vallen er niet onder.

UCITS-ETF's uitgelegd

U

UCITS

Europese regels voor beleggingsfondsen die aan particulieren mogen worden verkocht, met eisen aan spreiding, bewaring en informatie. Als Nederlandse particulier kun je bij de meeste brokers alleen ETF's met een UCITS-status en een Essentiële-informatiedocument (KID) kopen, en dus geen Amerikaanse ETF's.

UCITS-ETF's uitgelegd

Uitkerend fonds

Een fonds of ETF dat ontvangen dividend doorgeeft aan de beleggers, meestal per kwartaal of per jaar. Het geld komt op je rekening en je beslist zelf wat je ermee doet. Het tegenovergestelde is een accumulerend fonds.

UCITS-ETF's uitgelegd

V

Valutarisico

Het risico dat je rendement verandert door wisselkoersen. Beleg je in Amerikaanse aandelen terwijl de dollar daalt ten opzichte van de euro, dan levert je belegging in euro's minder op, ook als de koers in dollars gelijk blijft.

Valutarisico uitgelegd

VIX (angstindex)

Een index die meet hoeveel beweeglijkheid beleggers de komende dertig dagen verwachten voor de S&P 500, afgeleid uit optieprijzen. Een hoge VIX betekent onrust en onzekerheid, een lage VIX een rustige markt.

De VIX uitgelegd

Volatiliteit

Hoe sterk de koers van een belegging op en neer beweegt. Een aandeel met hoge volatiliteit kan in korte tijd fors stijgen of dalen. Volatiliteit wordt vaak gebruikt als maatstaf voor risico, maar zegt niets over de richting van de koers.

De VIX en marktvolatiliteit

Voorbeurs en nabeurs

Handel vóór de officiële opening of na de sluiting van de beurs, in de VS vooral rond kwartaalcijfers die vaak buiten beurstijd verschijnen. Er wordt minder gehandeld, waardoor koersen grillig kunnen zijn en spreads groter.

Voorbeurs en nabeurs handelen

Vrije kasstroom (free cash flow)

Het geld dat een bedrijf overhoudt uit zijn gewone activiteiten nadat het heeft geïnvesteerd in bijvoorbeeld fabrieken, apparatuur of datacenters. Uit de vrije kasstroom kunnen dividend, aandeleninkoop en aflossing van schulden worden betaald.

Vrije kasstroom uitgelegd

W

Waarde-aandelen

Aandelen die laag gewaardeerd zijn ten opzichte van winst, dividend of bezittingen, zoals veel banken, energiebedrijven en industriële bedrijven. Ze groeien vaak minder hard dan groeiaandelen, maar keren regelmatig meer dividend uit.

Rotatie van groei naar waarde

Winst per aandeel (WPA)

De nettowinst gedeeld door het aantal uitstaande aandelen, in het Engels earnings per share (EPS). Het is het cijfer waarop analisten bij kwartaalcijfers het meest letten, en de basis voor de koers-winstverhouding.

Kwartaalcijfers lezen
De uitleg op deze pagina is algemeen en bedoeld om begrippen te begrijpen, niet om een beleggingsbeslissing op te baseren. Dit is geen beleggingsadvies.