Amerikaanse groei koelt af tot 1,7%, terwijl de kans op een Fed-renteverhoging juist weer oploopt
Twee cijfers die eigenlijk dezelfde kant op zouden moeten wijzen, bewegen deze week juist uit elkaar. De groeitracker van de Atlanta Fed (GDPNow) zakte naar 1,7% voor het tweede kwartaal — ruim de helft lager dan de 3,8% die het model eind mei nog liet zien. Tegelijkertijd steeg de kans op een Fed-renteverhoging op 29 juli naar 31,5%, bijna een verdrievoudiging ten opzichte van 10,7% een week eerder. Een afkoelende economie hoort normaal juist minder reden voor een renteverhoging te zijn. Dat het toch de andere kant op beweegt, komt door een nieuwe olieschok — en dat maakt de Fed-week die nu begint tot een van de lastigst te voorspellen van dit jaar.
- GDPNow-groeitracker zakt naar 1,7% voor Q2 2026 (17 juli), tegen 3,8% eind mei — Q1 kwam definitief uit op 2,1%.
- Kans op een Fed-renteverhoging op 29 juli steeg naar 31,5%, tegen 10,7% een week eerder, na een nieuwe olieprijsschok boven $100 per vat.
- Kern-PCE, de favoriete inflatiemaatstaf van de Fed, staat op 3,4% — het hoogste niveau sinds oktober 2023.
- De officiële Q2-bbp-raming van het Bureau of Economic Analysis volgt op 30 juli, één dag na het Fed-besluit — Visa en UPS rapporteren toevallig zelf ook op 28 juli.
Een groeitracker die hard is teruggevallen
GDPNow is geen officieel cijfer maar een lopende schatting die de Atlanta Fed dagelijks bijwerkt op basis van binnenkomende data — een soort weerbericht voor de economie in plaats van een achteraf gemeten temperatuur. Eind mei stond het model nog op 3,8%, ruim boven de trendmatige groei. Half juli is dat gezakt naar 1,7%, vooral doordat de consumentenbestedingen — met afstand de grootste component van het bbp — trager groeien dan gedacht. Dat is een aanzienlijke daling in slechts anderhalve maand tijd, en precies het soort signaal dat een renteverlaging zou rechtvaardigen als inflatie niet in de weg zat. Het eerste kwartaal van dit jaar kwam na drie herzieningen definitief uit op 2,1% groei, dus een tracker van 1,7% zou al een verdere vertraging betekenen.
Waarom een zwakkere economie de kans op een renteverhoging tóch vergroot
De verklaring zit in een nieuwe geopolitieke schok. Na aanvallen van door Iran gesteunde Houthi's op twee Saudische olietankers in de Rode Zee klom de Amerikaanse olieprijs deze week boven de $100 per vat. Voor de Fed werkt dat met vertraging maar rechtstreeks door: hogere energieprijzen duwen via benzine- en transportkosten de headline-inflatie omhoog, precies op het moment dat de kern-PCE-inflatie — de maatstaf die de Fed het zwaarst weegt — al op 3,4% staat, het hoogste niveau sinds oktober 2023. Dat is bovendien de 63e opeenvolgende maand dat deze maatstaf boven de 2%-doelstelling van de Fed uitkomt. Een zwakkere groeitracker en een oplopende inflatieverwachting bijten elkaar dus: de Fed kan niet tegelijk de economie ondersteunen én een hardnekkige, olie-gedreven inflatie afremmen. Diezelfde spanning dreef eerder deze maand de kans op een renteverhoging al eens tot 46,5% op, voordat een zwak PPI-cijfer die weer terugbracht naar de lage twintig procent. De escalatie in de Rode Zee is de derde omslag in dezelfde discussie binnen drie weken tijd.
De Federal Reserve vergadert dinsdag en woensdag; het besluit volgt woensdag 29 juli om 20:00 uur Nederlandse tijd. Een dag later, op 30 juli, publiceert het Bureau of Economic Analysis de eerste officiële raming van het Q2-bbp — de harde uitslag naast GDPNow's schatting. Voor beleggers valt dat ongelukkig samen: mocht de Fed woensdag toch verrassen met een verhoging, dan komt donderdag direct de vraag of de economie die stap eigenlijk wel kan verdragen.
Visa en UPS als tegenpolen van dezelfde vraag
Toevallig rapporteren twee klassieke conjunctuurbarometers, Visa en UPS, hun eigen kwartaalcijfers op 28 juli — dezelfde dag waarop de Fed-vergadering begint. Beide bedrijven meten in feite hetzelfde als GDPNow, maar dan vanuit de praktijk: hoeveel geld consumenten daadwerkelijk uitgeven en hoeveel spullen er daadwerkelijk de deur uit gaan.
Visa exploiteert 's werelds grootste betaalnetwerk en verdient aan elke pin- en creditcardtransactie die erover loopt, zonder zelf krediet te verstrekken. UPS bezorgt pakketten en vracht voor bedrijven en consumenten wereldwijd en geldt traditioneel als een vroege indicator voor de gezondheid van de reële economie.
Het verschil tussen beide is precies waar de "afkoelende maar niet instortende" economie zich vandaag laat zien. Visa blijft de omzet met 14,4% op jaarbasis laten groeien en houdt een nettomarge van ruim 51% vast — een teken dat consumenten weliswaar voorzichtiger zijn, maar nog altijd volop met kaart betalen. UPS daarentegen kromp juist 2,9% in omzet ten opzichte van vorig jaar, met een nettomarge van slechts 5,9% — een signaal dat de fysieke goederenstroom, doorgaans de eerste plek waar een vertragende economie zichtbaar wordt, al langer onder druk staat. Twee bedrijven, twee heel verschillende delen van dezelfde economie.
Wat analisten verwachten
Voor Visa rekent de consensus op een winst van $3,29 per aandeel bij de cijfers van 28 juli, tegen $3,31 vorig kwartaal — een lichte afvlakking die aansluit bij een tempererende, maar niet krimpende consument. Wall Street blijft er overwegend positief over: 11 'strong buy'- en 34 'buy'-adviezen tegenover slechts 4 'holds' en geen enkel verkoopadvies. Voor UPS ligt de lat juist hoger dan het huidige tempo: analisten verwachten $1,68 winst per aandeel, ruim boven de $1,07 van vorig kwartaal, wat een herstel in het derde kwartaal zou impliceren. Het adviesbeeld is er merkbaar verdeelder — 8 'strong buy' en 9 'buy' tegenover 12 'holds' en 4 verkoopadviezen — wat laat zien dat analisten twijfelen of die verbetering er ook echt komt.
Vooruitzichten: welke kant wint het, groei of inflatie?
Voor de komende weken bepalen drie factoren welk scenario zich doorzet. Ten eerste de olieprijs: als de spanningen in de Rode Zee verder escaleren, blijft de inflatiedruk toenemen, ongeacht wat de onderliggende economie doet — een klassiek aanbodschok-dilemma waarbij de Fed weinig instrumenten heeft die geen schade aanrichten aan de groei. Ten tweede de consumentenbestedingen zelf: houdt Visa's betalingsvolume stand, dan wint het "zachte landing"-scenario aan geloofwaardigheid; zakt het mee met UPS' vrachtvolumes, dan wordt de kans op een echte vertraging reëel. Ten derde de toon van voorzitter Kevin Warsh op 29 juli: een havikkerige boodschap kan de rentemarkt sneller laten bewegen dan een daadwerkelijke renteverhoging zelf. Voor bedrijven die op de rentemarkt leunen — van kredietverstrekkers tot kapitaalintensieve logistiek zoals UPS — betekent dit dat de financieringskosten voorlopig onvoorspelbaar blijven, wat investeringsbeslissingen verder kan uitstellen.
Beide aandelen zijn voor Nederlandse beleggers gewoon verhandelbaar als Amerikaanse notering via de bekende brokers; UPS' dividendrendement van ruim 5,5% valt daarbij op tegen de 0,74% van Visa.
Vergelijk Visa, UPS en Mastercard live op KoersRadar.
Vergelijk V, UPS en MALiever een seintje bij nieuwe analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →
Onderdeel van ons dossier Rente & macro →
De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.