Kans op Fed-renteverhoging slingert fors in juli 2026
Wie de afgelopen twee weken op de futuresmarkt voor de Fed-vergadering van 29 juli keek, zag geen geleidelijke bijstelling maar een slingerbeweging. Rond 6 juli prijsde de markt nog geen 10% kans op een renteverhoging in; op 13 juli stond diezelfde kans op CME FedWatch op 46,5% en op voorspellingsmarkt Kalshi op 36%. Twee dagen later, na een verrassend zwak PPI-cijfer, zakte de kans alweer terug naar de lage twintig procent. Dat is geen ruis — het is het resultaat van twee macrokrachten die elkaar recht tegenwerken: een olieschok die inflatie aanjaagt tegenover een reeks binnenlandse cijfers die juist afkoeling laten zien.
- Kans op een Fed-renteverhoging op 29 juli (CME FedWatch) schommelde van <10% begin juli naar 46,5% op 13 juli en weer terug richting de lage 20%'en na het PPI-cijfer van 15 juli.
- Aanleiding voor de piek: de VS herstelde een blokkade van Iraanse havens bij de Straat van Hormuz, met olie boven $75 en Brent boven $86 — zo'n 40% hoger dit jaar.
- De Amerikaanse producentenprijzen (PPI) daalden in juni 0,3% — de grootste maandelijkse daling sinds april 2020 — en namen daarmee lucht uit de haviken-these.
- Fed-voorzitter Kevin Warsh hield op 15 juli zijn eerste Senaatsgetuigenis: strijdbaar over inflatie, maar zonder concrete koersbevestiging richting 29 juli.
Wat duwt de kans op een renteverhoging omhoog?
De aanleiding is geopolitiek: begin juli herstelde de Amerikaanse regering een blokkade van Iraanse havens rond de Straat van Hormuz — de zeestraat waar zo'n vijfde van de wereldwijde olie-export doorheen vaart — inclusief een aangekondigde (en later weer ingetrokken) heffing op vrachtverkeer door de doorgang. Olie reageerde meteen: de Amerikaanse prijs sprong ruim 5% naar boven $75 per vat, en Brent klom verder door naar boven $86, een stijging van circa 40% sinds januari. Voor de Fed is dat vervelend nieuws met vertraging: energie werkt via benzine- en transportkosten rechtstreeks door in de CPI, en het comité heeft nog vers in het geheugen hoe hardnekkig de inflatie dit jaar al bleek.
Wat duwt de kans juist weer omlaag?
Op 15 juli kwam het tegenwicht: de Amerikaanse producentenprijzen daalden in juni met 0,3%, de sterkste maandelijkse daling sinds april 2020, grotendeels door een val van 6,4% in energieprijzen op producentenniveau — met een daling van 12% voor benzine als grootste aanjager. Dat cijfer trekt de discussie weer terug van "olieschok drijft de headline-inflatie op" naar "onderliggende prijsdruk koelt af". Diezelfde dag legde kersvers Fed-voorzitter Kevin Warsh voor het eerst verantwoording af aan de Senaatscommissie voor bankzaken. Zijn boodschap was strijdbaar in toon — "geen tolerantie voor aanhoudend hoge inflatie" — maar inhoudelijk terughoudend: hij weigerde een eigen rentepad te bevestigen en sprak van een komende "family fight" binnen het comité over de timing van verdere stappen. Voor de markt was dat voldoende om de kans op een hike weer fors terug te schroeven.
Welke aandelen voelen renteonzekerheid het eerst?
JPMorgan Chase is de grootste Amerikaanse bank naar beurswaarde en verdient aan rente-inkomsten, kredietverlening en investment banking. Palantir Technologies bouwt software waarmee overheden en bedrijven grote datastromen analyseren, met een groeiend aandeel commerciële AI-klanten naast zijn traditionele defensie- en inlichtingencontracten.
Het verschil in koers-winstverhouding — ruim 14 keer bij JPMorgan tegenover meer dan 139 keer bij Palantir — is precies waarom renteonzekerheid deze twee aandelen ongelijk raakt. Bij Palantir ligt het grootste deel van de gerechtvaardigde waardering nog jaren in de toekomst; hoe hoger de rente waartegen beleggers die toekomstige winsten verdisconteren, hoe harder de contante waarde daalt. JPMorgan draait al vandaag een nettomarge van ruim 33% en profiteert doorgaans juist van een langer hoge rente via zijn rentemarge op leningen — al kan diezelfde hoge rente de vraag naar nieuwe kredieten afremmen. Vandaar dat een dag met stijgende hike-kansen doorgaans harder inhakt op de koersen van hooggewaardeerde groeiaandelen dan op die van winstgevende banken.
Wat verwachten analisten?
JPMorgan rapporteerde over het tweede kwartaal al een winst per aandeel van $6,14 tegen een consensus van $5,91 en wordt door analisten overwegend positief gevolgd (3 strong buy, 14 buy, 13 hold, geen enkel verkoopadvies); de volgende cijfers volgen op 13 oktober met een verwachte winst van $5,66 per aandeel. Palantir rapporteert op 3 augustus, met een consensus van $0,35 winst per aandeel op zo'n $1,84 miljard omzet — en een votingverdeling (12 strong buy, 14 buy, 11 hold) die laat zien dat Wall Street de groei blijft belonen ondanks de stevige waardering. Geen van beide consensuscijfers houdt expliciet rekening met een scenario waarin de Fed op 29 juli daadwerkelijk verrast met een verhoging.
Voor de Nederlandse belegger
Een hogere kans op een Amerikaanse renteverhoging houdt doorgaans de dollar sterker, wat het rendement op Amerikaanse posities voor een eurobelegger tijdelijk kan opstuwen — maar dat werkt evengoed averechts zodra de kans weer wegzakt, zoals deze twee weken lieten zien. Voor de ECB, die op 23 juli een eigen rentebesluit neemt, is een Amerikaanse renteverhoging geen automatisme voor het eigen beleid, maar wel een factor die via de wisselkoers en de kapitaalmarkten meespeelt. JPMorgan en Palantir zijn bij vrijwel elke Nederlandse broker verhandelbaar en vallen, als vermogen, onder de box 3-heffing.
Bekijk de actuele koersen en kerncijfers van JPMorgan en Palantir naast elkaar op KoersRadar.
Vergelijk JPM en PLTRLiever een seintje bij nieuwe analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →
Onderdeel van ons dossier Rente & macro →
De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.