Fed-rente in september 2026: kerninflatie zit al vier maanden muurvast op 3,3%

De kern-PCE-prijsindex — de inflatiemaatstaf die de Federal Reserve zelf het zwaarst laat wegen — bleef in juni voor de vierde maand op rij op 3,3% op jaarbasis staan, de langste periode op dat niveau sinds het najaar van 2023. Het cijfer, gepubliceerd op 30 juli door het Bureau of Economic Analysis, kwam één dag voordat bleek dat de Amerikaanse bbp-groei in het tweede kwartaal terugviel naar 1,5%. Voor de Fed, die op 15 en 16 september opnieuw over de rente beslist, groeit daarmee een ongemakkelijk scenario: een economie die merkbaar afkoelt, terwijl de onderliggende prijsdruk simpelweg niet wil zakken.
- Kern-PCE juni: 3,3% jaar-op-jaar, de vierde maand op rij op dat niveau — de langste stilstand sinds najaar 2023.
- De Amerikaanse spaarquote zakte naar 2,7%, het laagste niveau in vier jaar, terwijl consumenten hun bestedingen (+0,3% nominaal) toch op peil hielden.
- De loonkosten (Employment Cost Index) stegen in Q2 met 0,9%, iets meer dan verwacht — geen teken van een snel afkoelende arbeidsmarkt.
- Samen met de tegenvallende bbp-groei van 1,5% houdt deze combinatie de deur naar een Fed-renteverlaging op 16 september juist dicht in plaats van open.
Waarom houdt hardnekkige kerninflatie een renteverlaging in september tegen?
Omdat de Fed voor een renteverlaging wil zien dat de onderliggende inflatie richting haar doelstelling van 2% beweegt — en dat gebeurt al vier maanden niet. Kern-PCE sluit voedsel en energie uit en geldt daarom als de zuiverste graadmeter voor structurele prijsdruk. Met de loonkosten die in het tweede kwartaal nog altijd 0,9% stegen, ontbreekt het signaal dat bedrijven minder snel hun kosten kunnen doorberekenen. Voor een centrale bank die vorige maand al drie interne dissenters had die juist vóór een renteverhóging pleitten, is een cijfer dat al vier maanden vaststaat eerder een argument om te wachten dan om te versoepelen — zeker nu een deel van de prijsdruk ook wordt toegeschreven aan de doorwerking van eerder ingevoerde importtarieven in consumentenprijzen.
Opvallend is wel het contrast met de headline-PCE, die inclusief voedsel en energie juist afkoelde van 4,1% in mei naar 3,7% in juni. Die daling komt vooral doordat de energieprijzen terugliepen; de kern van de inflatie — diensten, huisvesting, verzekeringen — blijft ondertussen hardnekkig verhoogd. Voor de Fed telt vooral dat laatste, en dat maakt de kans op een renteverlaging op 16 september kleiner dan de afkoelende groeicijfers alleen zouden doen vermoeden.
Wat betekent een spaarquote van 2,7% voor de Amerikaanse consument?
Het betekent dat huishoudens hun bestedingstempo momenteel meer uit eigen buffer financieren dan uit lopend inkomen. De personal savings rate zakte in juni naar 2,7%, het laagste niveau in vier jaar, terwijl consumenten hun uitgaven nog altijd met 0,3% verhoogden (0,4% na correctie voor inflatie). Zorg, auto's, financiële diensten en verzekeringen dreven die groei. Zolang de arbeidsmarkt overeind blijft — de loonkosten stegen dit kwartaal immers nog altijd 0,9% — kan die combinatie van hogere bestedingen en een dunnere buffer nog een tijd standhouden. Maar de marge is duidelijk kleiner geworden: valt de banengroei in het rapport van 7 augustus tegen, dan is er weinig ruimte om de bestedingen op het huidige tempo vast te houden.
Visa en Mastercard exploiteren de twee grootste betaalnetwerken ter wereld en verdienen een vergoeding over vrijwel elke kaartbetaling, zonder zelf krediet te verstrekken. Hun omzet beweegt daardoor mee met de totale waarde van consumentenbestedingen — inclusief prijsstijgingen — en niet alleen met het aantal transacties.
Dat beide netwerken dubbelcijferig blijven groeien terwijl de spaarquote naar een vierjaars dieptepunt zakt, is precies de nuance die achter het kopcijfer schuilgaat: de bestedingen houden nominaal stand, mede dóór de prijsstijgingen die de kern-PCE hardnekkig hoog houden, niet ondanks daarvan. Voor Visa en Mastercard is dat op korte termijn gunstig — hun omzetmodel profiteert van hogere transactiewaarden — maar het onderstreept ook hoe afhankelijk de huidige bestedingsgroei is van een consument die steeds minder spaart.
Wat analisten verwachten
Beide bedrijven versloegen deze zomer de verwachtingen: Visa met een winst per aandeel van $3,32 tegen $3,29 verwacht, Mastercard met $5,04 tegen $4,91 verwacht — een verrassing van ruim 2,7%. Analisten rekenen bij Visa op de cijfers van 26 oktober op een winst per aandeel van $3,50 op een omzet van circa $12,3 miljard; bij Mastercard, dat een dag later rapporteert, op $5,27 winst per aandeel op ruim $9,9 miljard omzet. Wall Street blijft overwegend positief: Visa telt 11 'strong buy'- en 34 'buy'-adviezen tegenover 4 'holds' en geen enkel verkoopadvies, Mastercard 13 'strong buy'- en 34 'buy'-adviezen tegenover 5 'holds'. Geen van beide analistengroepen prijst dus vooralsnog een consumentenzwakte in die de omzetgroei van de netwerken zelf zou raken.
Visie en vooruitzichten
De komende weken zijn om twee redenen belangrijker dan gebruikelijk. Ten eerste is het banenrapport van 7 augustus de eerstvolgende harde toets voor de arbeidsmarkt die tot nu toe de bestedingen overeind hield ondanks de dalende spaarquote — een duidelijke verzwakking daarin zou de Fed een steviger argument geven om de vertragende groei zwaarder te laten wegen dan de hardnekkige inflatie. Ten tweede blijft de vraag hoeveel van de kern-PCE feitelijk tarief-gedreven kostenopdrijving is versus structurele diensteninflatie; dat onderscheid bepaalt of het cijfer richting het einde van het jaar vanzelf afzwakt, of dat de Fed op 16 september alsnog voor een langere pauze kiest. Voor de bredere aandelenmarkt betekent dit dat elk komend inflatie- en arbeidsmarktcijfer tot september uitvergroot koersgevoelig kan zijn, juist omdat de Fed zelf tussen twee tegenstrijdige signalen moet kiezen. Voor betaalnetwerken als Visa en Mastercard specifiek is de doorslaggevende vraag niet zozeer óf consumenten blijven uitgeven, maar hoelang ze dat kunnen volhouden zodra de spaarbuffer verder slinkt en de arbeidsmarkt inlevert.
Visa en Mastercard zijn, net als andere Amerikaanse aandelen, gewoon verhandelbaar via de standaard aandelenmodule van Nederlandse brokers.
Bekijk de actuele koersen en kerncijfers van Visa en Mastercard naast elkaar op KoersRadar.
Vergelijk V en MALiever een seintje bij nieuwe analyses? Schrijf u in voor de nieuwsbrief →
Onderdeel van ons dossier Rente & macro →
De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie. De genoemde koersen en cijfers kunnen inmiddels zijn gewijzigd. Dit is geen beleggingsadvies.